Een fietsgids voor Oldambt langs watererfgoed met beschrijving van het landschap, de Dollardpolders, waterlopen, en waterwerken.
Ik ben op vakantie geweest naar Oldambt in Groningen en heb genoten. Ik ben niet zo goed in zen-nietsdoen, en had van te voren een fietstocht bedacht van 80 km. Die gaat langs zoveel mogelijk watererfgoed: rijksmonumenten, en andere punten waar ik al lezend, kijkend op kaarten en struinend op internet op was gestuit.

Die tocht heb ik in een week drie keer gefietst en de andere vier dagen heb ik gebruikt om details te bekijken en alternatieven uit te proberen. En ik heb 350 foto’s gemaakt van polders, gemalen, sluizen, dijken. ’s Avonds probeerde ik dat wat ik die dag gezien, gefotografeerd en niet gezien had te verwerken. Maar ook de week erna moest ik nog zwaar aan de slag: die foto’s moesten snel verwerkt, want al die elektrische gemaaltjes lijken op elkaar.

Ik heb genoten. Zo’n vakantie met een duidelijk doel is helemaal mijn ding. Ik was nooit eerder in Oldambt geweest – het boek De Graanrepubliek is niet echt een promotie voor een toeristisch uitje. Maar wat een mooi fietsgebied. En wat een super interessante geschiedenis, en mooie waterkunstwerken.
Het ontstaan van de Dollard
Het verhaal van de Dollard begint met de Eems. De Eems stroomt door Duitsland naar de Waddenzee. Al vroeg gingen mensen wonen op de oeverwallen die bij vloed en hoog water in de winter meestal droog bleven of in elk geval niet gevaarlijk diep onder water verdwenen. Om nog veiliger en droger te wonen, wierp men terpen op, hier wierden of weren genoemd.
Het vaste land was een groot hoogveenkussen dat tot meters hoogte was uitgegroeid. Door ondiepe kleine slootjes te graven in het veen, kun je de bovenste decimeters droog leggen en dan is het redelijke landbouwgrond. Je kunt er ook turf van maken als brandstof en je kunt uit veen dat aan zee ligt zout winnen.
Deze strook langs de rivier was een vruchtbaar en rijk land. De zanderige oeverwallen van de Eems, opgehoogd tot wierden, als stevige ondergrond om te wonen, veen voor de landbouw en richting de rivier de waarden om koeien te weiden, en daarbuiten de rivier om te vissen en op dieren te jagen.
De Waddenzee was ver weg, maar de Eems was wel degelijk een getijderivier. Op de wierden en op het hoge veenkussen had men van de vloed geen last. Tussen de veenkussens lagen slenken, als tentakels van de zee, die met vloed volliepen.
Eeuwen leefde men zo door. Wat men niet zag, is dat het veenkussen geleidelijk aan lager werd. Waarschijnlijk merkte men wel dat men zo nu en dan de slootjes moest uitdiepen, maar dat in de loop van eeuwen er een paar meter veen verdween, kon men niet zien.
Kwam dit door de turfwinning wat veel mensen denken? Nee, weliswaar is er door de zout- en turfwinning veen verdwenen, maar we hebben het hier over de Middeleeuwen en toen groef men hier turf en zout alleen voor eigen gebruik. Nee, het komt omdat droog veen oxideert door de zuurstof in de lucht.
Veen is immers onverteerde plantenresten. Zolang die plantenresten onder water liggen, komt er geen zuurstof bij en verteren ze niet. Maar zodra ze indrogen, verteren ze wel. Het verdwijnt gewoon, het vervliegt in de lucht, verbrandt als het ware, en o ja daar komt heel veel stikstof bij vrij maar dat was toen nog geen probleem.
Na verloop van vele eeuwen was het veenkussen zover geslonken dat bij hoge vloed delen overstroomden vanuit de slenken. Veen is niet sterk, de vloed nam telkens wat veen mee terug naar zee en zo werden de slenken groter en breder. Landbouwgronden verdwenen in de golven. Wierden werden verlaten als de eilandjes te klein geworden waren. Bij elke hoge vloed verdween er meer land. Dorpjes werden verplaatst naar hoger droger land. Stenen huizen en kerken werden afgebroken en opnieuw opgebouwd met gebruik van de oude kostbare stenen en balken.
Vroeger dacht men dat de Dollard in een keer bij een stormvloed is ontstaan en dat er tientallen dorpen met duizenden mensen waren verdronken, maar inmiddels denkt men dat het een sluipend proces is geweest dat is begonnen rond 1300. Rond 1550 was de Dollard op zijn grootst, met twee armen die ver het land in staken rond de keileemheuvels van Winschoten en Scheemda. Verder kwam de Dollard niet, men kon opgelucht adem halen.

Inpolderen van kwelders
Al snel begon men met inpolderen van kwelders. Kwelders ontstaan overal langs de Waddenzeekust die bij eb droogvalt en met vloed net onder water komt. Kwelders slibben op, omdat het water hier met vloed bijna stilstaat en dan kan klei neerslaan. Elk jaar wordt een kwelder een beetje hoger; boeren zijn gewend dat proces te versnellen door slim hekjes te plaatsen. Boeren hadden het recht om de kwelder in te gaan die recht achter hun eigen land lag; dat heet het recht van opstrek en is de oorzaak dat de akkers hier zo langgerekt zijn.
En dan, op een gegeven moment, bij een dorpsvergadering, hakt men de knoop door en besluit men gezamenlijk de kwelder in te polderen door er een dijkje omheen te leggen. Aanvankelijk een laag dijkje, zodat bij extra hoog water het overstroomt en de kwelder nog verder opslibt, maar op zeker moment kan er echt een nieuwe zeedijk gelegd worden.
En dan begint het proces van voren af aan: boeren steken de dijk weer over, stimuleren het opslibben van een nieuwe kwelder. Het is langetermijnwerk; een boer doet het niet voor zichzelf maar voor zijn kinderen. Misschien heeft elke generatie een nieuwe zeedijk gelegd?

Tot aan de ruilverkaveling rond 1970 was dit allemaal nog prachtig te zien. Niet dat elke zeedijk sinds 1600 er nog lag: boeren groeven die af wat niet meer nodig was. Zo ontstond een kilometer lange akker zonder onhandige dwarsdijk. Daardoor waren al ten tijde van de ruilverkaveling de oude poldergrenzen niet meer te zien, alleen van de nieuwste waarvan de dijken er nog lagen.
Maar dijken mogen nog zo zorgvuldig afgegraven zijn, op het AHN zijn de polders nog fantastisch zichtbaar. Wat opvalt, is dat elke nieuwe polder hoger ligt dan de oude. En dat de buitendijkse kwelder het hoogst ligt. Nou, er valt wel meer op natuurlijk: Winschoten, Finsterwolde, Midwolda, Beerta en Scheemda liggen op keileembulten die tot drumlins zijn uitgesmeerd (ik vind het zelf niet zulke duidelijke drumlins, maar ik volg de experts).

En er valt nog iets op: de Dollardpolders liggen hoger dan het oude land binnen de Oude Dijk. Er zijn twee Oude Dijken: de ene omgeeft het blauwe gebied even rechts van het midden op de uitsnede, en de andere het blauwe gebied linksboven. Langs de eerste dijk liggen de lintdorpen zoals Beerta en Drieborg. Langs de tweede dijk liggen lintdorpen zoals Nieuwolda, ’t Waar en Nieuw-Scheemda.
Deze dorpen keken uit over de Dollardboezems. Het achterland was hoogveen wat niet door de Dollard was ingenomen. Ze woonden als het ware op het strand. Is die dijk ouder en had die het gehouden? Of, en dat klinkt mij logischer in de oren, is het veen sindsdien zover ingezakt (ingeklonken, geoxideerd, weggevlogen in de lucht) dat het gebied nu lager ligt dan de omgeving? Vast.
Gemalen en sluizen
Het gebied ligt vol gemalen: de Dollardpolders zouden nog wel via sluizen kunnen afwateren op zee, maar het veengebied erachter niet. Ik merkte halverwege mijn vakantieweek dat je bij veel gemalen naar binnen kunt kijken en de pomp kunt zien staan. Wow, wat leuk!

Zijlen in riviermonden
Vier rivieren waterden dit gebied af op de Eems: de Munte, de Westerwoldse Aa, de Tjamme en de Geut. De Westerwoldse Aa had vast eens ook zo’n mooie naam: Lethe? Alle vier hadden ze eens een eigen zijl (sluis); daarvan zijn er nog twee over. De zijlen hielden de vloed tegen zodat er geen zout water het land in kwam, maar stonden open bij eb zodat schepen konden uit- en invaren.
Overgebleven zijn de Munte en de Westerwoldse Aa.
De Munte is de grootste rivier ten noorden van de Dollardboezem, in het achterland van de Oude Dijk waar ’t Waar en Nieuwolda op liggen. De rivier is afgedamd en in de monding is een zijl gemaakt voor de scheepvaart, het Termunterzijl. Later is de rivier gekanaliseerd tot Termunterzijldiep. Hij heeft niets te maken met de Dollardboezem. Hij heeft wel een prachtige delta vol kronkelende oude takken:

De Westerwoldse Aa stroomt langs Nieuweschans en is de hoofdafvoer van de oostelijke Dollardboezem. Hij is ook afgedamd met een zijl in de monding, en vervolgens gekanaliseerd en langs de polders gelegd. Aangezien hij uitmondde in de Dollardboezem die geleidelijk aan weer is ingepolderd, is deze zijl een paar keer verplaatst: eerst de Bellingwolderzijl bij Oudeschans, toen Oudezijl bij Nieuweschans, toen de Oude Statenzijl en nu de Nieuwe Statenzijl.

Verdwenen zijn de Tjamme en de Geut.
De Tjamme waterde het hoogveengebied af dat binnen de Oude Dijk lag, nu Blauwestad en omgeving. Het had eens wel degelijk een zijl in de monding. Alleen was die zijl niet om de Tjamme op te varen, maar om het Beertsterdiep op te varen naar Ganzendijk en Finsterwolde. In 1996 is de zijl weggehaald. Omdat ook het zijl in de Tjamme lag in het gebied van de Dollardpolders, werd ook dit bij elke nieuwe polder verplaatst.

De Geut was de hoofdafvoer van de westelijke Dollardboezem. Dit dal heeft de Dollard gevolgd bij zijn verovering van het land. De Geut had vroeger ook een zijl, maar de ingenieurs hebben bij de aanleg van de nieuwere polders geprobeerd het riviertje te laten verdwijnen. Geen zijl meer voor de Geut. Er liggen niet eens duikers onder de dijken: de Geut wordt in elke polder opgenomen in de afwateringssloot. De Geut verdient een eigen verhaal.
Molens en gemalen
Dit gebied ligt vol gemalen: stoomgemalen, dieselgemalen, een gasgemaal, elektrische gemalen: echt super. Hier een paar mooie voorbeelden:

Ander watererfgoed
Door de oudere slaperdijken en dromerdijken (dat verdient ook een eigen verhaal) liggen prachtige coupures, met de namen van de ingelanden in een steen ingemetseld. Ach, er ligt zoveel, hier een selectie van mijn 350 foto’s:

Ander erfgoed
Ik zet ook wel eens een andere bril op dan mijn waterbril. Wat een mooi land.

Ach, ik kan hier uren over praten en er een boek over schrijven. En dat heb ik afgelopen week gedaan: ik heb een fietsgids gemaakt die de tocht en alle bezienswaardigheden beschrijft.

Eens in de twee weken krijgen mijn premium abonnees een cadeautje: vandaag is dat de pdf van mijn gids (op de downloadpagina), . Anderen kunnen de gids kopen als pdf in mijn winkel. Op de boekenpagina staat alles bij elkaar over dit en alle andere boeken: inkijkexemplaar, prijs, bestellink, etc.
Dit vind ik bij verre het beste boek over dit gebied: Gelaagd landschap. Ik heb er wel maar een fractie van de genoemde prijs voor betaald.



















Een mooi verhaal en als geboren en getogen Oldambtster ben ik trots op het unieke polderlandschap.
De inpoldering geschiedenis vertelt het ontstaan van dit landschap van de Graanrepubliek.
De vruchtbare klei is moeilijk te bewerken en vraagt veel inspanning en doorzettingskracht om zaai klaar te maken.
👍🏻Goed verhaal. Je hebt er weer veel tijd ingestoken. Wat een energie.