De Edese Heuvelrug bestaat uit twee stuwwallen die samen als een kaap de Gelderse Vallei in steken met de Goudsberg bij Lunteren op kop. Hoe is dit ontstaan? Lees met me mee.

Lezer F heeft dat mooi zichtbaar gemaakt. Net een kaap die uitsteekt in een blauwe zee.

Tot vandaag noemde ik dit twee heuvelruggen: de noordzuidrug noemde ik de Edese Heuvelrug, en de V-vormige de Reemster Heuvelrug. Maar vandaag heb ik besloten om ze samen de Edese Heuvelrug te noemen (en heb de artikelen op dit blog waarin ik ze noem al aangepast – hoop ik). Ze liggen immers beide in Ede en voor een fietser is het een geheel. Ik probeer het aantal heuvelruggen in ons vlakke land wat te verminderen, en deze twee kunnen best samen. Om je reactie voor te zijn: ik weet heel goed dat het twee stuwwallen zijn die bij Lunteren op elkaar zijn gebotst. Maar als je ziet wat er in de Alpen allemaal op elkaar is gebotst … en toch noemen we alles Alpen.
Eder Heuvelrug of Edese Heuvelrug? Ederveen maar Edese bos. Ik kies voor Edese Heuvelrug. Als ik google kom ik alleen op berichten van mezelf terecht - heeft dit gebied geen naam?
Hoe is de Edese Heuvelrug ontstaan?
We gaan terug naar het Saalien. Er is nog geen stuwwal te zien: Nederland is een delta van twee (eigenlijk drie, maar de derde, de Eridanos doet niet mee in dit verhaal) grote rivieren, de Rijn en de Maas. De Rijn stroomt ongeveer waar nu de IJssel stroomt en de Maas stroomt door de Gelderse Vallei – die nog geen vallei was.
En dan komt het ijs vanuit het noorden. IJs, liever lui dan moe, zoekt zijn weg naar het zuiden via de laagste plekken in de delta. De hoogteverschillen kunnen niet groot zijn geweest, maar toch kruipen de ijstongen verder tegen de stroom in van de Rijn en de Maas.
Ons gaat het om die Maas. Een ijstong kruipt naar het zuiden, omhoog tegen de stroom in van de Maas. Als het ijs een tijdje (lees een paar duizend jaar) stil ligt en niet verder kruipt, wordt het veld dikker en dikker. Door het gewicht zakt het diep weg in de zachte ondergrond. Het materiaal onder het ijs wordt in elkaar geperst, maar ook wurmt het zich onder het ijs uit en vormt ruggetjes aan weerszijden en aan de voet van het ijsveld. Vergeleken met de hoogte van het ijs zijn het kleine ruggetjes. Alsof je je voet in slappe aarde zet. Ziedaar het ontstaan van onze stuwwallen.

De Stuwwal van Ede (van Lunteren naar Wageningen dus) vormde een geheel met de Utrechtse Heuvelrug en lag rond het ijsveld dat omhoog was gekropen tegen de stroom van de Maas in. Ziedaar het ontstaan van de Gelderse Vallei.


Nu de Stuwwal van Reemst. Het ijsveld in de Gelderse Vallei splitste blijkbaar in twee lobben. Lag daar een zijriviertje van de Maas? Een tak van de Rijn? Pure hypothese en tijd voor een tekening. In blauw de oude rivier de Maas in de delta van Nederland. In grijs de ijslob. In bruin de stuwwallen.

Terwijl de twee ijslobben groeiden, wegzakten, en stuwwallen oppersten, raakte de wig steeds meer in de verdrukking. De stuwwal van Reemst is daarbij rond die van Ede geplooid: hij is dus jonger, en die zijlob is dus ook jonger dan het grote veld in de Vallei. Dat kon van Maarleveld zien aan de richting van de ruggen:

De vooruitstekende wig is nu de Goudsberg, en die is door de druk van twee kanten hoger opgeduwd, maar die hebben wij grotendeels afgegraven. Van de ruggen is niets meer zichtbaar.

De twee poorten
Beide ijslobben smolten zo’n 115.000 jaar geleden. Maar het smeltwater kon geen kant op. Er ontstonden meren tussen de stuwwallen en het smeltende ijsveld. Zo hier en daar ontstonden bressen, en op een zeker moment was er geen houden meer aan. De stuwwallen braken door. Zoals bij de Ginkelsepoort.

In de Edese Heuvelrug ligt dus maar een poort: de Ginkelsepoort. Ik vind hem het meest uniek, want daar lees ik nooit iets over. Je fietst er doorheen van Nieuw-Reemst naar Mossel. Mijn hypothese is dat deze stroom het Renkums Beekdal heeft uitgeslepen. Dit lijkt mij zo logisch, maar ik lees meestal dat het Renkums Beekdal een droogdal uit het Weichselien zou zijn, en dat lijkt mij onzin.

De Edese Heuvelrug met de driehoek ertussen is heerlijk fietsgebied. Voor premium abonnees heb ik een fietstocht gemaakt van 45 km – de tocht maakt gebruik van het fietsroutenetwerk, dus verdwalen is onmogelijk. De beschrijving bestaat uit 29 bladzijden over stuwwallen, de Ginkelsepoort, beken, duinen, raatakkers en nog veel meer leuks dat je onderweg tegenkomt – en waarover je op dit blog kunt lezen.
Benieuwd naar ons nieuwste boek? Dat is: De Veluwezoom in 1887 - met Henriette Fabius op vakantie. We volgen Henriëtte Fabius die in 1887 17 dagen op vakantie gaat naar Oosterbeek en daar een dagboek bijhoudt. Enthousiast beschrijft ze vergezichten, bossen, steile hellingen, watervallen en andere dingen die ze niet kent uit Delft. We lezen het dagboek, andere reisverslagen, prentbriefkaarten en reisgidsen. We beantwoorden de vragen: Waarom was de Veluwezoom toen zo populair bij toeristen, wat deden de toeristen zoal, en waarom gaan wij niet meer op vakantie naar Oosterbeek? Verkrijgbaar als paperback en eboek. Meer over dit boek.


