Met een gemaal breng je water van een lager naar een hoger niveau. Nederland ligt vol gemalen: een groot deel van ons land ligt onder zeeniveau, en het teveel aan water moet dus omhoog.
Vroeger was dat anders: ons land lag boven zeeniveau en het waterbeheer ging met sluizen. Door voortdurende ontwatering hebben we ons land doen zakken, sukkels zijn we. Dus de gouden tijden van de sluizen zijn voorbij. Pompen of verzuipen, is nu het devies. Gemalen hadden we vroeger alleen nodig waar we een meer wilden leegpompen om het droog te maken en er een polder van te maken – overigens zijn die meren ook door ons wanbeheer ontstaan.
Gemalen, stuwen en sluizen
Meer lezen over ons watererfgoed? In het cluster Watererfgoed staat alles bij elkaar.
Door heel Nederland staan honderden kleine gemaaltjes die een paar kubieke meter water per minuut een metertje omhoog pompen. Maar er staan ook giganten die duizenden kubieke meters per minuut tot 5 meter omhoog wegmalen.
Hoe herken je een klein gemaal? Nou, hij staat bovenop het water.

En hoe weet je welke kant hij op maalt als je niet zoveel hoogteverschil ziet? Nou, het waterschap wil geen rotzooi in de pomp, dus bij de inlaat (de lage kant) zit een rooster met bij iets grotere gemalen een ding dat rotzooi uit het water kan halen. Dit is gemaal Tonnistil: een vijzelgemaal, gezien de scheve uitbouw waar de scheve vijzel onder zit, een rooster voor de inlaat, en het hoge kanaal is achter mijn fiets. Leuk is dat je door een raam de pomp ziet staan.

Handzwengelpomp met zuiger
Ha, het eenvoudigste gemaal is de waterpomp in je moestuin. Die werkt met een zuiger en je bedient hem zelf met een zwengel.
Rosmolen met scheprad
Een rosmolen is een scheprad dat wordt aangedreven door een paard of ezel. Het werd gebruikt in de tijd dat het enige alternatief wind was, en als er dan een gemaal nodig was waar geen wind was, gebruikte men een paard, ezel of os. In Steenwijk was vroeger een rosmolen waarmee de gracht werd gevuld. In de lijst van nog bestaande rosmolens in Nederland komt geen rosmolen met functie ‘opvoeren van water’ voor.
Windmolen
Nederland staat of stond vol windmolens die tot doel hadden het opvoeren van water. Dat kan met een scheprad, een vijzel of een centrifugaalpomp. We noemen ze ook poldermolens.
Over windmolens kun je een boek schrijven, en dat is dan ook al gedaan.
Wind + vijzel
De Tjaskermolen is het eenvoudigst, maar o zo slim. Het is een vijzel die wordt aangedreven met wind. Er zitten geen ingewikkelde constructies tussen de vijzel en de molen. Op de volgende foto, genomen bij Nieuw Scheemda, zien we drie gemalen. Links de tjasker, maar weliswaar ligt de schroef in water, het slimme systeem waarmee dat water weggevoerd werd naar een hogere sloot zit hier niet bij. Hij is er gewoon neergelegd, leuk voor de fietsers.

De windmolen op de achtergrond is De Dellen. Daar wordt windkracht via tussenstappen met tandwielen overgebracht van wind naar water. Dergelijke windmolens zijn de bekende windmolens waar Nederland beroemd om is. Of zo’n molen een poldermolen of een graanmolen (oid) is, kun je zien aan de plek in het landschap: een poldermolen staat op de sloot. Deze molen bij Nieuw Scheemda maalt water op met een vijzel. Dus het principe is niet veel anders dan bij die tjasker op de voorgrond maar dan wat ingewikkelder uitgewerkt. Rechts van de Dellen staat het elektrische gemaal dat tegenwoordig in gebruik is.
Deze tjasker bij Workum werkt nog wel.

Wind + scheprad
De witte molen van de volgende foto staat in de Marsch (Nederbetuwe) en maalt water uit de polder op de Rijn. Hij doet dat met een scheprad van 6 meter doorsnede en 45 cm breed.

Wind + centrifugaalpomp
De volgende foto is gemaakt in het Binnenveld niet ver van Veenendaal, maar vergelijkbare molens zie je overal in het land. Het is de meest voorkomende poldermolen, bedacht door Bas Bosman en gemaakt in Piershil. Dit heet een Bosmannetje of eigenlijk Bosmanmolentje. Deze molen maalt water op met een centrifugaalpomp. Het handige is dat hij zichzelf op de wind zet, geen elektriciteit nodig heeft, weinig onderhoud nodig heeft en als er iets stuk is, eenvoudig gerepareerd kan worden. De molen is geschikt voor het opmalen van kleine hoeveelheden water over weinig hoogteverschil. Ideaal in kleinere polders en natuurgebieden.

Iets dergelijks is de Amerikaanse windmotor. Amerikaans, dus groot. Dit kleintje staat bij de Mok in Gaasterland, maar er bestaan nog veel en veel grotere. Het zijn rijksmonumenten, en ik vind ze magnifiek. Op de andere kant van de windvaan staat ‘Hercules’, het merk, dus we noemen ze ook wel Herculesmolens.

Bijzonder, want uniek in Nederland, is deze tonmolen bij Paasloo, Steenwijkerland. Op onze fietsroute Fietsen door het Steenwijker Heuvelland komen we er langs.

Stoomgemaal
Er zijn nog 11 stoomgemalen in Nederland. Sommige zijn groot, de meeste klein. Op de volgende foto het stoomgemaal Winschoten.

Dit is een stoomgemaal dat water oppompt met een vijzel. Daarmee is het het enige vijzelstoomgemaal ter wereld. De vijzel is groter dan ik gedacht had.

Deze in Winschoten gebruikt een ton kolen per dag en kan 120 m3 water/minuut 2,5 meter opvoeren. Het gemaal is in 1971 gesloten en vervangen door een elektrisch gemaal. Het is nu een museum. Op onze fietstocht door Oldambt komen we er langs.
Dieselgemaal
Er zijn 38 dieselgemalen in Nederland. Ik ken dieselgemalen met schroefpomp, vijzel en met schepraderen. Enkele dieselgemalen zijn groot, maar de meeste zijn kleintjes. Schattige bakstenen gebouwtjes op het water.
Een mooi dieselgemaal zag ik in Nieuwolda. Ik kon er niet in en er zat geen raam in, maar wel zag ik de vijzel onder een schuin open rooster:


Het is een museum, maar de openingstijden staan niet aangegeven. En ik kon het niet vinden in de lijst van rijksmonumenten. Shame.
Dit schattige gebouwtje is het voormalige gemaal De Vooruitgang van de Groote Polder bij Termunterzijl. Of het mechanisme er nog is, betwijfel ik: ik kon wel door het raam naar binnen kijken, maar daar stond geen pomp. De gevelsteen met daarin de namen van de ingelanden die de boel hadden gefinancierd is wel echt uniek – daarvoor moet je ff inzoomen op de tweede foto; ik stond wat te ver weg maar kon (mocht) niet dichterbij komen:


De volgende zijn twee voormalige dieselgemaaltjes bij Oostwold die zijn omgebouwd tot B&B. Ze liggen vlak bij elkaar aan het Oldambtermeer. Ook hier weer mooie gevelstenen met de namen van de ingelanden.


Er zijn ook elektrische gemalen die een back up op diesel hebben. Dat is vooral van belang bij droogmakerijen, dus land onder NAP die als de stroom uitvalt, meters onder water lopen.
Het gemaal Broeken en Maten bij Kampen is een dieselgemaal met schepraderen.

Aardgasgemaal
Er bestaat maar 1 aardgasgemaal in Nederland en dat ligt in Termunterzijl: het Rozemagemaal. Zie het artikel over grote gemalen.
Elektrisch gemaal
De meeste nieuwe gemalen werken op elektriciteit. De meeste gebouwtjes zijn kleine blokkedoosjes en je fietst er gedachteloos langs. Maar ook daar zitten pareltjes tussen hoor. Die in Fiemel vind ik prachtig:


Hij ligt grotendeels onder de grond, met een grasmat als dakbedekking. Ik krijg het idee dat ik naar een overwelfde gracht sta te kijken. Daar heb ik wel door het raam naar binnen gekeken:

Hoger op de dijk drie extra pompen:

Bijzonder dat in de dijk de bakstenen muur van de oude sluis nog zit, met de gevelsteen van de ingelanden:

Het blijkt dat je bij heel veel gemalen in Groningen naar binnen kunt kijken. De foto’s neem ik door het glas heen.
De volgende foto’s zijn van Gemaal Oude Ae bij Termunterzijl. Ook dit is elektrisch met een vijzelpomp.



Hier kijk ik naar binnen in het gemaal bij Lutje Loug. Alweer eentje met een vijzelpomp.


Een vijzelgemaal bij Ede
Op de rioolwaterzuivering in Ede staat een elektrisch vijzelgemaal.

Het is een monument, en omdat het waterschap de plek nodig had voor uitbreiding van de slibverwerking, moest het even verplaatst worden. Hier een filmpje. Centimeter voor centimeter verhuisde het gevaarte 150 meter.
Waarom dit gemaal bijzonder is? De architectuur: een betonnen kolos, een brutalistisch gemaal. Ik ben er trots op dat we het verplaatst hebben. Maar wat doet dit gemaal? Hier is toch geen polder? Waarom moet dat water een tiental meter omhoog gemaald worden?

Nou, dat vroeg ik me ook af en werd me uitgelegd: rioolwater werd door de drie vijzels omhoog gemalen, en ging dan door een sifon naar dat torentje rechts. Door de waterhoogte in het gemaal stroomde het rioolwater boven uit dat torentje (communicerende vaten). Daar werd het rioolwater over vier bakken verdeeld.





Je hebt ook waterpompen op waterkracht: de waterslagpomp. Geen idee of deze ook ergens in Nederland werkzaam zijn trouwens.
Daarnaast kun je ook nog een indeling in typen water maken. Jij denkt nu voornamelijk in oppervlaktewater, maar Nederland staat ook vol met rioolgemalen, van klein tot groot.
mooi, mooi !
Mooi overzicht
Dankjewel
Met nieuw ander waterbeheer tengevolge van de Klimaat Crisis zijn de gemalen steeds meer van belang.
Wat is de juiste grondwaterstand wordt steeds meer een aparte wetenschap.
Vriendelijke groet,