Op de Zilvensche Heide op de Veluwe staat een ijkbasis. Hij is gemaakt in 1957 en is nu een rijksmonument. In dit artikel leg ik uit wat hij doet, hoe hij werkt en hoe je er komt.
Wat is een ijkbasis?
Het principe van landmeten is de driehoeksmeting. Een driehoek is bekend als je twee hoeken en een lengte weet.
Je begint met de hoeken. De hoeken van een driehoek zijn samen 1800. Moet je een stuk land opmeten, dan leg je er een stelsel van driehoeken overheen. Als hoekpunten neem je kerktorens, zendmasten en je eigen baak natuurlijk: duidelijke punten waartussen je de hoeken meet. Zo kun je eenvoudig een nauwkeurige kaart maken van je stuk land uitsluitend door hoeken te meten. Hier een voorbeeld van een schets uit 1722 van een stuk land in Reemst waar de hulplijnen zijn ingetekend.

Het grappige is: als je alleen hoeken meet, krijg je een uitstekende kaart, maar zonder dat je de oppervlakte weet. Je weet immers geen enkele afstand.
Dan komt de driehoeksmeting nogmaals te pas: als je een gebied helemaal hebt ingemeten door honderden hoeken te meten, hoef je alleen nog maar een (eentje dus) lengte te meten, en je bent klaar.
Maar hoe meet je nauwkeurig een lengte? Hoeken meten is eenvoudig, precies de lengte meten is lastiger. Vroege landmeters (Witteroos, Van Geelkercken) deden dat met kettingen. Kempinck schrijft vaak dat hij een afstand met stappen heeft gemeten. Tegenwoordig doen we het (als het niet op de millimeter nauwkeurig hoeft) met een meetwiel. G doet het met zijn fiets waarvan hij een spaak heeft gemarkeerd.
Ik denk dat je nu wel begrijpt waar deze ijkbasis voor is: hier is een afstand heel precies gemeten, op een honderdste millimeter nauwkeurig, en daar kun je het driehoekenstelsel dat over Nederland ligt aan ophangen.
Hij wordt niet meer gebruikt, want nu meten we met satellieten, maar mocht het digitale tijdperk overwaaien, dan kunnen we hier onze meters weer ijken, want hij is wel gebruiksklaar. Ernaast staat gelukkig een informatiebord, dat scheelt me typwerk. De ijkbasis heeft ook een pagina op Wikipedia.


Het was de bedoeling dat alle landen in de EU zo’n ijkbasis zouden aanleggen, maar na Nederland heeft alleen Duitsland dat gedaan, en daarna was de techniek verouderd.
Wat is de techniek van deze ijkbasis?
Hij is dus 576,09226 meter lang. Hoezo?
De techniek komt uit Finland, en Finse landmeters hebben hem dan ook aangelegd. De naam die hieraan gekoppeld is is Professor Väisälä. Hij had een methode bedacht met licht. Nou ga ik proberen iets uit te leggen dat ik zelf maar net begrijp (of net niet?), maar wellicht ga ik het al typend begrijpen.
De kennis voor dit stuk heb ik geleerd op de website van Hollandse cirkel. over dit fantastische rijksmonument.
De vinding van Professor Väisälä is gebaseerd op tweezijdige spiegels en bundels wit licht dat in kleuren uiteenvalt. Hij had ook nog een staaf van 1 meter met bolle uiteinden nodig, die geijkt was op de meter in Parijs. Goed, daar gaan we, hopelijk kun je me volgen. Hij stelt spiegel 0 op [het nulpunt van de ijkbasis], en met de staaf bepaalt hij de plek van spiegel 1. Dan neemt hij spiegel 1 als centrum, en dan bepaalt hij de plek van spiegel 2 op het spiegelbeeld van spiegel 0. Spiegel 2 staat dan op 1 meter achter spiegel 1. Dan neemt hij spiegel 2 als centrum en zet spiegel 3 op het spiegelbeeld van spiegel 0; spiegel 3 komt dus 2 meter achter spiegel 2. Zo verdubbelt hij elke volgende afstand, doordat hij steeds spiegel 0 weerspiegelt. Spiegel 4 komt 4 meter van spiegel 3, spiegel 5 komt 8 meter van 4, spiegel 6 op 16 meter van 5, spiegel 7 op 32 meter van 6, spiegel 8 op 64 meter van 7, spiegel 9 op 128 meter van 8, spiegel 10 op 256 meter van 9 en dan begint de atmosfeer te interfereren (zinderende lucht).
Je kunt vervolgens ook spiegels tussen plaatsen (op 1 meter van spiegel 6 of zo, of in plaats van verdubbelen verdriedubbelen), om zo handige afstanden te krijgen tussen de verschillende punten in het veld. Bij onze ijkbasis werd besloten om metalen punten op betonnen pijlers te plaatsen op 0, 1, 6, 24, 96, 288 en 576 meter vanaf het nulpunt. Nou komt iets dat op de website van Hollandse cirkel niet goed wordt uitgelegd: “zo komen lijnstukken van 1, 4, 12, en 24 * 24 m beschikbaar”. Hmm? Ze bedoelen lijnstukken van 1 * 24 = 24, 4 * 24 = 96, 12 * 24 = 288 en 24 * 24 = 576 meter. Die lengtes waren handig bij de meettechniek van die tijd met invardraden.
Dus daarom is de basis 576 meter lang, maar bij het beton storten en metalen punten aanbrengen hebben ze een foutje gemaakt van 0,09226 meter. 9 centimeter op 576 meter …. is dat veel? Bij de Rijdende Rechter soms wel. Nee, in die tijd was dat tot honderd keer keer zo nauwkeurig als de methodes tot dan toe.
Wat zien we?
Je kunt er gewoon heen. De ondergrondse delen zijn groter dan de bovengrondse, want het is niet de bedoeling dat die een 0,01 millimeter gaan verzakken. De bovengrondse delen bestaan uit een rij betonnen bokken. Op deze foto zie je er vijf, de verste staat bij de bosrand, op de foto links van de eenzame berk 570 meter verderop.

De poten zijn beschermd met hout en de bovenkanten met zinken deksels die op slot zitten. Ik vermoed dat de punt op de voorgrond een origineel is dat vervangen is – het is namelijk geen RD-punt.

De deksels moeten eraf bij gebruik. In het deksel van die met de schuine poten zit een plexiglas plaat waardoor je de opstelpunten voor het meetinstrument ziet.
Dan moet je ook even die tak verwijderen, want zo zie je nog niets – maar dat mag niet, want dit is natuurgebied.

De Zilvensche Heide
Waarom is de Zilvensche Heide gekozen? Nou, omdat dit de stabielste ondergrond van Nederland is…. Zandgrond en geen breuklijnen. En omdat hier geen snelweg, woonwijk of wat dan ook werd verwacht tot in den eeuwigheid, er waren weinig pottenkijkers, en geen grondwater.
We gaan naar DINOloket. De Zilvensche Heide ligt op de Stuwwal van Apeldoorn. Het gestuwde materiaal is hier ongeveer 100 meter dik.
Helaas toont DINOloket bij de kaart van de gestuwde afzettingen in Nederland niet alle breuken, maar alleen die nog bewegen.

Dus we gaan naar de kaart van een oudere laag, de Formatie van Breda, die op de doorsnede hierboven groen is gekleurd: NUBR-VI. Nou zien we meer breuken, maar niet waar dikke stevige zandlagen bovenop liggen.

Je moet deze twee kaarten dus over elkaar leggen. Het combineren van deze twee kaarten (en dus die andere factoren zoals een diepe grondwaterspiegel, een vlak gebied, geen woonwijkplannen, niet teveel pottenkijkers) maakt dat het de Zilvensche heide is geworden.
Rijksmonument
Gelukkig is het sinds 2017 een rijksmonument. Eentje waar we echt trots op mogen zijn.
Hoe kom je er?
Fiets naar de Loenense Heide, fietsknooppunt 32. Ga daar naar het oosten, dat is geen fietsknooppuntenroute. Neem de eerste afslag rechts. Zodra aan je rechterhand het bos ophoudt en de heide begint, begin je uit te kijken naar het informatiebord. Op deze tekening heb ik de ijkbasis met een oranje lijn aangegeven.

Sorry dat ik stoor. Rechts op deze site staat een doneerknop voor 3 euro. Hiermee kopen Geert en ik kopjes koffie onderweg. Hoeft niet, mag wel.


