Is de Veluwe een grote stuwwal? Nee. Het is een verzameling van zes stuwwallen, die van buiten naar binnen tegen elkaar aan zijn geperst.

In de voorlaatste ijstijd lagen er rond de Veluwe ijskappen die de Veluwe van alle kanten hebben opgeperst. Gewoonlijk benoemen we daarbij de twee grote ijskappen in de IJsselvallei en in de Gelderse vallei, maar dat is wat te simpel gesteld. Dus laten we eens meer in detail kijken welke stuwwallen we kunnen onderscheiden op de Veluwe en waar de ijskappen lagen.

De stuwwallen van de Veluwe

1 De grootste – dikste en hoogste – stuwwal is de Oost-Veluwe met Apeldoorn in het midden. Die is vanuit het oosten opgeperst door de ijskap in de IJsselvallei. Door deze stuwwal zit een gat bij Epe, maar de twee stukken horen wel degelijk bij dezelfde stuwwal. De top is de Tafelberg bij Rheden op ca 110 m+NAP. Het grote oostelijke deel noem ik de Oost-Veluwe, en het deel ten noorden van Epe pak ik apart (nummer 4)

2 Nummer twee is de stuwwal van de Veluwezoom met Arnhem in het midden, en met als top de Zijpenberg bij Rheden op 102m+NAP. Dit is waarschijnlijk een stuk van de stuwwal van de Oost-Veluwe die om zijn as is gedraaid toen het ijs in de IJsselvallei afboog naar het westen. Ik noem het de Arnhemse Heuvelrug.

3 De derde in hoogte is de stuwwal Garderen-Ermelo met als top de Hamberg op ca. 55 m+NAP. Deze is opgestuwd vanuit de ijslob in de Gelderse Vallei. Dit is het Garderense heuvelland (het is niet echt een rug).

4 In het noorden ligt de stuwwal van Hattem-Nunspeet die is opgeperst vanuit het zuidoosten. Het lijkt alsof die stuwwal tegen een bestaand ijsveld is geperst en toen is opgestroopt, dit in tegenstelling tot de Oost-Veluwe die vrij verder kon stuwen naar het westen. Ik noem de noordelijke rug de Heuvelrug van Hattem-Nunspeet.

5 De stuwwal van Lunteren-Wageningen met Ede in het midden, is nummer vier met als top de Sijsselt op ca. 52 m+NAP. Dit is opgeperst door de ijslob in de Gelderse Vallei. Dit is deel van de Edese Heuvelrug.

6 De stuwwal van Reemst is een kleintje met als top de Valenberg op 50 m+NAP. Hier doorheen ligt een prachtige grote bres die ik de Ginkelsepoort heb genoemd – dit is de mooiste bres van de Veluwe. In mijn hypothese is deze bres de oorzaak van het ontstaan van het Renkums beekdal. Door deze bres is het glaciale bekken bij Otterlo leeggestroomd. De stuwwal is opgeperst door een zijlob van het ijsveld in de Gelderse Vallei dat lag bij Otterlo. Deze en nummer 5 vormen samen de Edese Heuvelrug: dat klinkt misschien onlogisch, maar als je daar fietst zie je echt niet wat wat is.

Tussen deze stuwwallen liggen lagere gebieden. Dat zijn er drie en opvallend genoeg hebben ze alle drie een andere oorsprong. Van noord naar zuid:

1 Het dal bij Garderen en Harderwijk: dit is het stroomdal van de Leuvenumsebeek, de beek-met-de-vele-namen. Het is ontstaan als lege ruimte tussen twee stuwwallen waar niet echt een ijsveld in is gezakt. Wel ligt het vol met prachtige landvormen die ontstaan zijn in de ijstijd.

2 Het zijbekken van de Gelderse Vallei waarin Otterlo, Wekerom en Harskamp liggen: ik noem het het Bekken van Otterlo. Het is een zijdal van het grote glaciale bekken in de vallei: het ijsveld in de Vallei is blijkbaar in twee tongen gesplitst. De grote tong ging naar Wageningen in het zuiden, en een kleinere naar Otterlo.

3 De Sandr van Wolfheze waarin de Renkumse en Heelsumse beken stromen. Dit is sandr, overblijfsel van modderstromen die de ijsvelden die hoog boven de stuwwallen – die niet meer dan rimpeltjes aan de voet van de ijsvelden waren – uittorenden, afwaterden.

Het standaardwerk over het ontstaan van landschappen in Nederland: Jongmans. Een schitterend boek, en inmiddels weer verkrijgbaar. Ik ken geen beter boek dan dat.

leeg

Alle afbeeldingen

  • Hoogtekaart midden Nederland
  • De Zuid-Veluwe op het AHN
  • kaart van de stuwwallen en droogdalen van Van Maarleveld
  • kaart nederland