De eerste keer dat ik De Gelderse Wetering tegenkom is in de Dijkbrief uit 1460 van Hertog Arnold van Gelre. Hij regelt in die dijkbrief de waterlossing van Beetrum, Doesburg, Veldhuizen en Maanen naar de Kromme Eem bij Bennekom. Dus de Gelderse Wetering is ouder dan 1460 of hij werd toen gegraven. De tekst van de dijkbrief heb ik integraal opgenomen in mijn boek over het Binnenveld.

In mijn boek ‘Water in het Binnenveld’ beschrijf ik de geschiedenis van het waterbeheer in het Binnenveld, het open gebied tussen Veenendaal, Ede, Rhenen en Wageningen.

Die Doesburgers hadden dus een wetering gegraven dwars door de hooilanden van Ede – Veldhuizen – Maanen en Bennekom en vergrootten daar zo de overlast terwijl ze zelf hoog en droog zaten. Eerder heb ik me er al over verbaasd dat de Eemwal door het poldergebied van Wageningen – Bennekom liep, dat moet problemen gegeven hebben. En ja hoor, lees dit stukje van de site van de gemeente Ede:

De Oude Wetering werd vergraven tot de hedendaagse Wetering om het water van de hoger gelegen buurt Doesburg, door de buurten Ede-Veldhuizen en Maanen naar het zuiden af te voeren. De situatie was aanleiding voor eindeloze ruzies tussen de buurten en ook met de Bennekommers en de Wageningers, waar het water uiteindelijk terecht kwam. De Hertog van Gelre bepaalde in een ‘Vorstelijke Brief’ dat de buurten niet zo maar mochten spuien, maar dat dit in de juiste volgorde moest geschieden. Eerst mocht het Maanderschut open, een dag later het Veldhuizerschut en weer een dag later het Doesburgerschut. Eén buurt kon niet zelfstandig optreden, omdat voor het openen van het schut ook een vertegenwoordiger van de aangrenzende buurt een sleutel diende om te draaien. Deze regeling bleef eeuwenlang, tot in de jaren dertig van de 20e eeuw, bestaan.

De Gelderse Wetering staat prachtig ingetekend op deze kaart van Nicolaes van Geelkercken uit 1628:

1536-1

Hij schrijft erbij over het water bij de Doesbûrger Schut: Het waeter moet altemael in die Grebslûijs ûijt loopen. Dat schrijft hij niet zomaar: blijkbaar liep het water ook wel eens niet de Grebbesluis uit. Dus Nicolaes, die echt wel wat weet hoor, doet voorkomen alsof het water in de Wetering naar de Rijn moet toestromen, maar dat doet het blijkbaar niet altijd.

Nicolaes tekent op zijn nieuwe kaart, gemaakt na aanleg van de Slaperdijk, de Doesburgerpolder en de wetering heel anders:

gelderse vallei 1655 kaart 16
GA 0306 252-0001

Het is verleidelijk om te denken dat het gebied in 1628 nog maagdelijk hooiland was en in 1655 was ingepolderd. Dit is niet zo: de polder lag er al een eeuw of vier. Nicolaes is een pragmatische kartograaf: hij tekent waarvoor hij betaald wordt. Hij heeft de tweede kaart gemaakt naar aanleiding van een twist bij de Doesburgse polder, vandaar de details op die plek. Bij een van de straten schrijft hij de Questieusen Dijck en daar tekent hij onbedoelde sloten. Hij heeft volgens mij gewoon meer aandacht gegeven aan dit gebied.

De Gelderse Wetering liep door de eerste Bennekomse polder.

Polderkaart 1753 Binnenveld

En nu? Wat is van de Gelderse Wetering nog zichtbaar? In 1865 nog best veel:

De Kromme Eem op kaart uit 1896.

Nu is het een leuke fietstocht langs duikers en stuwen. Daar kik ik op.

Halverwege de 17de eeuw besloot Utrecht om de Grebbesluis op te knappen. Wageningen, Veenendaal en Bennekom droegen daar financieel aan bij. Maar Doesburgh, Maenen, Ede en Veldhuizen wilden niet meebetalen. Daarop besloot Utrecht om de monding van de Gelderse Wetering in de Grift af te sluiten.

Dit was vooral vervelend voor die eerste Bennekomse polder: Doesburgh, Maenen, Ede en Veldhuizen lagen hoog en droog, maar die eerste Bennekomse polder liep natuurlijk onder water. Daarop besloot men om een nieuwe Wetering te graven. In 1671 was hij klaar en werd de Nieuwe Wetering genoemd. En zo heet hij nog altijd. Meer over deze Nieuwe Wetering.