De Stikke Trui bij Rheden is een grote zandafgraving. Op de volgende uitsnede uit het AHN zie je de afgraving duidelijk liggen: een mooie bloem onderaan vlak boven een rotonde met drie steeltjes.

De volgende uitsnede geeft meer detail. Het gaat om het grote blauwe gat in het midden. Linksonder is het geknutsel van de begraafplaats van Rheden.

De groeve bestaat al eeuwen, maar na de Tweede Wereldoorlog werd hier grootschalig zand gegraven voor wegenbouw. De groeve was ongeveer 12 hectare en de wanden waren tot 30 meter hoog. In 1982 werd het graven stopgezet en sindsdien mag de natuur zijn gang gaan.
In de 70er jaren waren er plannen om het gat op te vullen als vuilstortplaats. Dat dit onzalige plan niet doorging, komt omdat het te dicht lag bij het bejaardencentrum Rhederhof. Veel te veel overlast. Ik vind hierover een krantenbericht:
Geen vuil meer naar Stikke Trui
ARNHEM — Er mag geen vuil gestort worden in de zandafgraving Stikke Trui van Natuurmonumenten in de gemeente Rheden. Op overtreding staat een dwangsom van tienduizend gulden.
De rechtbank te Arnhem stelde de heren Franke uit Rheden in het ongelijk toen zij een kort geding aanspanden tegen Natuurmonumenten, die de zandafgraving, deel uitmakende van het nationale park Veluwezoom, wilden exploiteren als vuilstortplaats. Tot het jaar 1974, waarna over het vuil weer zand zou worden gelegd. In dat jaar zou ook de agglomeratieve vuilverbrandingsoven klaar zijn. Het Hof betwijfelde dat. Het besluit zou ook in strijd zijn met de statuten van Natuurmonumenten. Het Hof was ook van mening dat het verkeer en de geluidshinder van circa 100 vrachtauto’s per dag bezwaarlijk zou zijn voor de rust van de bejaarden in het bejaardencentrum Rhederhof.
De familie Franke, Makkelaars, die aan de rand van het gebied een riant huis bewonen, hadden ook om de voorgaande reden appèl ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Als ik het goed begrijp, wilde Natuurmonumenten hier een vuilstort beginnen en was Franke daarop tegen. Hmm, dat lijkt de omgekeerde wereld, maar het klopt wel: Natuurmonumenten wilde de zandafgraving ter beschikking stellen aan Arnhem als vuilstortplaats voor huisvuil. Het plannetje ging niet door.
Vroeger, ja vroeger was alles beter. Nee, ik bedoel, toen deze groeve nog gebruikt werd, kon je prachtig ongeveer verticaal staande lagen zand en klei zien: omhoog geperst van onder het ijs. Maar nu mag de natuur het gebied heroveren en zien we niets meer.
Op een kaart van Rheden en omgeving uit 1690 zie ik een hijskraan aan de horizon, en ik vermoed dat in die tijd de afgraving al werd geëxploiteerd. Wat is er nu, 400 jaar later, nog te zien en hoe ontwikkelt de natuur zich in die tijd? Is het er mooi?

Het is er schitterend. Ik volg een pad, denk ik, naar beneden, maar beneden aangekomen voel ik dat dit toch meer een wildpad is. De afgraving is doodstil, om me heen rijzen de hellingen op. Berken glanzen in de zon. Terwijl de zon geleidelijk zakt en de omgeving goud kleurt, loop ik zachtjes door en stuit op een watertje.

Ik neem het kortste spoor omhoog en ga op weg naar Rheden.

Vlakbij Rheden kom ik op een holle weg met beuken erlangs die in de ondergaande zon het mooiste licht weerkaatsen dat ik ooit gezien heb. Verbijsterd blijf ik staan kijken naar de beuken in de ondergaande zon. Mijn mobiel kan het helaas niet vangen. Maar ik heb het gezien.
Tijdens de fietsroute rond Rheden besteden we hier aandacht aan.
Meer lezen over de Veluwezoom? Dan is mijn boek De Veluwezoom in 1887 - met Henriette Fabius op vakantie misschien iets voor jou. We volgen Henriëtte Fabius die in 1887 17 dagen op vakantie ging naar Oosterbeek en daar een dagboek over schreef. Enthousiast beschrijft ze vergezichten, bossen, steile hellingen, watervallen en andere dingen die ze niet kent uit Delft. We lezen het dagboek, andere reisverslagen, prentbriefkaarten en reisgidsen. We beantwoorden de vragen: Waarom was de Veluwezoom toen zo populair bij toeristen, wat deden de toeristen zoal, en waarom gaan wij niet meer op vakantie naar Oosterbeek? Meer over dit boek. Of: Bekijk het boek.

Die “hijskraan” lijkt mij meer een putwip, gebruikt om water te putten. Bij een leemkuil zult je niet snel een hijskraan tegenkomen, leem werd met de schop op een tweewielige kipkar gegooid (net als in een zandafgraving). Boven de kerk zien we een paard en tweewielige wagen met koren (w.s. rogge). Daarboven een boom, waarvan ik de naam niet kan ontciferen. En wat staat er aan de linkerrand, onder de Arnhemseweg?
Beetje dom van mij, maar links onder de Arnhemseweg staat
Wort Ree, ofwel Worth Rheden,
Daar staat bedelersboom ofwel bedelaarsboom.
Ja, maar of die putwip iets met die afgraving te maken had? En wat was een bedelaarsboom? Een soort grenspaal voor bedelaars?
Ik weet niet wat een bedelaarsboom was. Maar er staat er ook eentje op de kaart van Kempinck van Doorwerth. 0124-2286. Even ten oosten van de Noordberg. Hij schrijft daar bedellersboomsken of zoiets. Googelen levert wel oude citaten op. Werden daar misschien bedelaars heen verbannen na illegaal landlopen?
Een bedelaarsboom of bedelaarsbos kom je wel vaker tegen. Maar het Meertens Instituut weet er geen betekenis aan te verbinden. Gelukkig hebben we Google. In Engeland komen we de “Beggars oak” tegen, en in Zwitserland de Bettlers Eiche. Er is sprake van een locatie waar bedelaars toestemming haddden om daar te verblijven. Mijn verklaring (voor wat hij waard is): De meeste bedelaars waren arm, en voor armen moest je zorgen (daar kon je zelfs een plaats in de hemel mee verdienen). De armen die tot de burgers van een stad behoorden werden dan ook opgevangen. Maar de armen (bedelaars) die van buiten kwamen moesten buiten blijven. nou ja, ze mochten zich zonder verdreven te worden bij de bedelarsboom ophouden. Toch nog een beetje liefdadigheid…… Parallelen met het heden liggen voor de hand, lijkt mij.
Zit je daar buiten onder een boom. De schapen die illegaal rondstruinden hadden het nog beter
Nou nee. “Illegaal rondstruinen” kwam nog wel eens voor bij varkens, die kans zagen het erf te verlaten. Schapen werden altijd geweid door een herder. Zo’n herder wilde wel eens op de heide van een ander buurschap “verdwalen”. Werd hij betrapt door de buurscheuten dan werden de beesten geschut (in verzekerde bewaring gezet) en konden door de eigenaar, de boer, worden opgehaald tegen schutgeld plus boete. Dat gold ook voor varkens. Die moesten bovendien geringd zijn (een ring door de neus dragen). Dat maakte het wroeten lastiger, en bovendien was zo’n ring handig om het beest in de juiste richting te laten lopen.
Toch is er daar een grote afgraving in Snippendael.
Mooi zeg.