(oorspronkelijke tekst 11 september 2018, bijgewerkt 2 augustus 2020)

Dit is volgens mij de mooiste kaart van het Binnenveld tussen de Grebsluijs, Wageningen, Lûntteren en Scherppenseel. Het is een klein kaartje van 32 * 40 cm, maar super gedetailleerd. Als je de link onder de afbeelding naar de vindplaats in het Gelders Archief volgt, kun je inzoomen tot het kleinste detail.

Kaart van Van Geelkercken uit 1655 van het Binnenveld.
Van Geelkercken 1655, het Binnenveld GA 0306-252-0001

Hij is gemaakt door Nicolaes van Geelkercken in 1655. Ik ben dol op zijn kaarten en kan me uren vermaken met het ontcijferen van de teksten en het turen op de priegeltekeningetjes. Het tekenplezier spat ervan af.

Eerst oriënteren. Het noorden is rechts. Helemaal links tegen de rand van het vel papier tekent Nicolaes de Grebdijck en de Rhijnstroom. Onderaan de heuvels van de Veluwe, bovenaan de Utrechtse Heuvelrug. Links bovenin de Grebsluijs en de Rhijnse Bergen. Links onderin Wageningen. Onderaan, van links naar rechts, de oude plaatsen langs de rand van de stuwwal. Bovenop de stuwwal is het te droog om te wonen, in het Binnenveld te nat. Maar de rand daartussen is perfect en die rand is dan ook al duizenden jaren bewoond. Van zuid naar noord tekent Nicolaes Wageningen, Bennekom, Hûcklem bovenop de berg , Eede, Kernhem, Dousburgh en Lûntteren. Wageningen is duidelijk de belangrijkste ommuurde grote stad. Rechtsbovenin Scherppenseel, daar ten zuiden van de Eijminckhûijserbergh met een dorp Eijminckhuijsen ernaast op het hoge droge zand, Rhijnswoûde en tenslotte midden tussen de moerassen Veenendal.

Bij de Grift schrijft Nicolaes: Grift naar Rhijnse Veenen is een gescheijd tûsschen Gelderlant en Het Sticht.

Van zuid naar noord aan de rand van de Veluwe benoemt hij vijf landbouwgebieden: t’ Wagenings broeck, Boûrschap Manen, Eede en Velthûijsen, Boûrschap Doûsbûrg en Lûnteren. De hogere polders ten oosten van de Dijckgraeff is voor het doel van deze kaart niet interessant want die wateren apart af op de Rijn en hebben dus niets te maken met Veenendaal en de wateroverlast in Doesburg. Nicolaes laat dat hele gebied weg en legt de Dijckgraeff langs de Eng. De Rhijnsteegh, Slaghsteegh, Veensteegh liggen er nu nog net zo. De Cromen Eem is verdwenen maar in 2019 weer hersteld en ligt in het nieuwe natuurgebied de Binnenveldse Hooilanden (maar stroomt wel de andere kant op). De Broeckstraet heet nu Nieuwe Kanaal (gegraven in 1726). Vlakbij Wageningen tekent hij net als op zijn andere kaarten de Ouden Dam.

Nicolaes tekent een weg van Bennekom naar de Wageningse Gemeent. Deze meent was in gemeenschappelijk beheer tussen Wageningen en Bennekom naar aanleiding van een geschil waarover ik eerder heb geschreven. Dit is de weg over de stevige zandrug van De Kraats. Hij tekent hier vier boerderijen die er nu nog steeds liggen: Dijckenes, Buxfoort, Hasseloo en t’ Slagh. Hasseloo tekent hij als een landhuis met een prachtige uivormige toren (in het volgende detail staat onder t’ Slagh in dit 17-de eeuwse handschrift dus Hasseloo). Van Harselo staat nu alleen het poortgebouw nog.Binnenveld 1655

Er is hier sinds 1655 maar weinig bebouwing bij gekomen. In de meent tekent hij langs de Eemdijck twee vogelkoijen. Die zijn helemaal verdwenen, ook op het AHN zie ik niet eens meer een laagte. Terwijl een eendenkooi bestaat uit een waterplas met bos eromheen. Op die plek nu een boom en een bankje, maar die boom zal nieuwer zijn. Toch een teken? Er is nog steeds wat zuidelijker een eendenplas, maar die was er toen blijkbaar nog niet. De Eemdijk is ook onzichtbaar verdwenen, alleen in het natuurgebied de Binnenveldse Hooilanden ligt daar nu weer een wandelpad.

Meer naar het noorden is Eede, volgens Nicolaes niet meer dan een kerk en een molen, inmiddels tot een grote stad uitgegroeid en heeft Veldhuizen en Manen opgeslokt. Het sloten- en wegenpatroon is verdwenen onder de A12, de A30 en knooppunt Maanderbroek.

Doûsburgh bestaat nog wel. De Goorsteegh ligt er nog net zo, net als de Seghsteegh en de Doûsburgsen Dijck. De andere stegen heten nu anders of zijn verdwenen. Hier is weinig veranderd de afgelopen 363 jaar. De molen staat er ook nog. De twee woorden waarin ik de Betrumer Vonder lees, lijkt me een aanwijzing dat hier bij Beetrum de bron is van de Kromme Eem.

Tenslotte is het gebied bij Veenendal interessant. Hier tekent hij de Slaperdijck. Een deel ervan tekent Nicolaes tussen de Eijminckhuijserbergh en t Hooglant bij de Utrechtse Heuvelrug, en daarbij schrijft hij Amerongseveen. Dat moet bij het Egelmeer zijn, want daar begint de Slaperdijk nu nog steeds. Aan de andere kant van de Eijminkhûijserberg gaat de Slaperdijck verder, eerst langs de kleinere Santhûvelt en dan naar het noorden tot aan het Hooglant aan die kant.