Hoe kom je aan turf als inwoner van Renkum? Of kasteel Doorwerth? Twee dalen in de omgeving worden Turfdel genoemd, en dat is vast omdat daar vroeger veen werd gegraven en tot turf gemaakt.
Het Turfdel in het Renkums Beekdal
Het eerste Turfdel komen we tegen op deze kaart van Van Geelkercken uit 1632. Meer over deze kaart. Dit Turfdel ligt op het Renkumse Veld en is een zijdal van de Renkumsebeek.

Het begint op de Bovenheide bij Wolfheze en komt uit in de Renkumse Beek bij camping Quadenoord. Het is de enige watervoerende zijbeek van de Renkumsebeek: het laatste stukje is de eerste Quadenoordse spreng.


Er ligt geen duiker onder de spoorweg. Het is een droog dal maar volgens mij geen droogdal. Het is volgens mij, tegelijk met het Renkums Beekdal en de Sandr van Wolfheze ontstaan in het Saalien. Het was een smeltwaterrivier van het ijs dat op en achter de stuwwallen lag.
Meer lezen over dit gebied? Lees de Sandr van Wolfheze over de kom tussen de vier stuwwallen van Ede, Reemst, Apeldoorn en Arnhem, met daarin het Renkums Beekdal en het Heelsums Beekdal. Of lees de Serie Het Merckendal waarin we alle zijdalen in het stroomgebied van de Heelsumsebeek in detail bekijken.

Dit is een mooi afwisselend bos. Even verder wordt het zelfs prachtig: een echt mosbos.

Gewoonlijk heb ik niet zoveel met sparrenbossen, maar nu in de herfst wel. Ik ben namelijk dol op mossen en nog meer op mossenbossen.
Even verder komen we op een vijfsprong. Er ligt hier geen brug over het Turfdel, maar dat is ook nergens nodig voor: het is niet diep en wel droog. Het lijkt eerder een wadi.

We lopen/fietsen verder en komen bij het punt waar in de bodem van het dal een spreng is gegraven. Het is een smalle spreng van minder dan een meter breed, met loodrechte wallen.

De spreng wordt iets breder en nog dieper. Op de kanten groeit Wijfjesvaren en Dubbelloof (een varen met twee verschillend gevormde bladeren).

En zo is het Turfdel het enige watervoerden zijdal van het Renkums Beekdal. De andere sprengen van de Renkumsebeek beginnen in het beekdal zelf.

Nou die turf. Vanaf Doorwerth liep een weg naar dit Turfdel die Turfweg werd genoemd. De weg is verdwenen; de turf ook. In 1656 is er een conflict op de Renkumse Heide over een plan voor een ontginning, en bezwaarmakers voeren aan dat ze daar altijd naar turf graven, die overigens niet van goed kwaliteit is.
Op de kaart van Van Geelkercken uit 1657 zien we dat de beek in het Turfdel en de Renkumsebeek in 1657 twee eilandjes omsloten.

Daar zal het nat geweest zijn en groeide veenmos. Dat zal de plek zijn geweest waar men naar turf groef.

Het Turfdel in het Heelsums Beekdal
Dan het tweede Turfdel; dit is een zijdal van het Papendal.
De kop ligt ten zuiden van de Koningsweg in het bos ’t Zand, duidelijke naam: het is een droog gemengd bos op voedselarme zandgrond. Het lijkt niet aangeplant. Een hek leidt naar niets.



Het dal gaat niet met een duiker onder de A12 door, maar ik begrijp niet wie dit voor elkaar heeft gekregen, maar hier ligt dus een fietstunnel, die twee bossen verbindt van niets naar nergens. Heerlijk. Ook ligt er een dassentunnel: echt waar? Gaan dassen hier doorheen naar de andere kant van de A12?

Maesbergen
Het dal is deels overstoven door de Maesbergen: dit is stuifzandgebied dat met bos is bepoot. Het bos is van de gemeente Arnhem en op de hoeken staan grenspalen.

Het valt een fietser nauwelijks op, maar in de buurt van de A50 en sportcentrum Papendal is dit dal echt wel wat. Het gaat om het rechter zijdal; het grote noordzuid lopende dal is het Papendal. Maar ook hier: geen duiker onder de A50 voor het Turfdel – wel een ecoduiker; Rijkswaterstaat verwachte hier geen water, wel dieren.

Wat zou de turfplek geweest zijn? Ik vermoed het benedenstroomse deel ten westen van de A50. Daar is nu een ven in het bos, maar of dat een restant is van de oude turfplek, kan ik niet zien.



Een fraai verhaal. Maar waar heb je naam Turfdel vandaan? Op de kaart van van Geelkercken (GA 1669-0001) zie ik deze naam niet. Wel de Doorenweertse Turfweg, en dat is wel weer spannend. “Turfweg”is een veel voorkomend toponiem, en duidt de functie van zo’n weg: Transport van turf. Van een winningsplaats naar kasteel Doorwerth, denk ik. Zou die turfwinning dan in het Turfdel gelegen hebben? Maar veenvorming in een droogdal is niet voor de hand liggend. Ra ra… Je schrijft in de derde alinea: “Het Turfdel dus. Het is een del, een droogdal dus”. Maar niet elk del is een droogdal, toch?
Hoi Jan, de naam Turfdel komt onder andere voor op de kaart van Van Call. Hij laat de Maanderweg lopen door het Turfdel. Nee dat is niet waar! Hij staat op de kaart van Van Geelkercken. De 17de en 18de eeuwse kaartenmakers hier in de regio gebruikten het woord del voor droge dalen. En dat zijn hier droogdalen die in het Weichselien zijn ontstaan. Dellen of droge dalen kunnen ook anders ontstaan, klopt. Maar hier in ons gebied klopt het denk ik wel. Waarom dit het Turfdel heet, weet ik niet. Ik kan me niet voorstellen dat er veen lag. Er is nog een Turfdel, een zijdal van het Papendal. De Doorenweertse Turfweg liep niet echt door het Turfdel, stak daar wel in de buurt de beek over.
De naam Turfdel laat mij niet los. Turf, zoals wij het kennen, is oorspronkelijk veen, wat ontstaan is in een moerassig dus nat gebied. Niet iets wat in een droogdal voor de hand liggend is. Maar eeuwenlang hebben de boeren op zandgrond gebruik gemaakt van het potstalsysteem om aan voldoende mest te komen. In een potstal werden de uitwerpselen van schapen (en koeien opgevangen. Voor bemesting van weiland werd zand in de potstal gestrooid. Voor akkerbemesting werden heideplaggen of strooisel in potstal gebracht. Maar het is bekend dat er niet altijd voldoende heide beschikbar was om alle boeren tevreden te stellen. En, mogekijk mede, daarom werden ook wel graszoden in de potstal gebruikt. Het Engelse “turf” betekent “grasmat”. Het WNT geeft aan dat “turf” ook “graszode” betekende, en dat de oorspronkelijke betekenis zelfs “zode” zou zijn geweest. Of deze verklaring voldoende hout snijdt weet ik niet. Maar een betere kan ik niet vinden of bedenken. En in de resolutieboeken (“buurtboeken”) is met enige regelmaat sprake van verpachting van het afplaggen van bermen van buurwegen.
Alweer zo’n heldere gedachte. Ik ga hierover met Geert in beraad: hij weet veel meer van oude toponiemen dan ik.