De Rijswijksewaard begint bij Maurik ten westen van de jachthaven. En hij eindigt bij de schaardijk bij Ravenswaaij. Het Amsterdams-Rijnkanaal kruist deze waard. En ook verder is hij nogal veranderd, want de Rijswijkers hadden de pech dat de Rijn zijn loop verlegde en in deze uiterwaard een gigantische meander ging vormen: de Roodvoetmeander.
We zijn op onze Rijncruise van Arnhem naar Vianen aangekomen bij bocht 19 en kijken naar de zuidoever:

Premium inhoud
Premium abonnees lezen hier over de werkbezoeken in de 17de eeuw.
De Rijswijksewaard in de 17de eeuw
De precieze loop van de Rijn in die tijd valt buiten mijn onderzoek, maar Isaac tekent in 1670 ongeveer de volgende loop. In oranje teken ik de Rijswijksewaard zoals hij die tekent, waarbij voor mij kenmerkend is de uitstulpende bocht in de bandijk: die ligt er nog net zo. Een deel van de Rijswijksewaard ligt nu dus ten noorden van de Rijn (= het recreatiegebied Lunenburgerwaard), een deel ligt onder en ten westen van het Amsterdams-Rijnkanaal, en we zien op deze luchtfoto een oude Rijnbocht in deze waard, de Roodvoetmeander waarover verderop meer.

Zandbanken voor Wijk bij Duurstede
1623 Kempinck
Bij het verslag van 1623 maakt Kempinck dit kaartje:

1662 Isaac van Geelkercken
Isaac wijdt in zijn kaartboek uit 1662 ook een kaart aan de Rijn bij Wijck ter Duirsteede. NB noorden onder. Hij tekent de twee zandbanken, waarvan er eentje (of een nieuwe) is aangegroeid aan de oever van Rijswijk. Aan Rijswijkse kant schrijft hij Secretaris de Boer, Arian Stevensen Surmont, en twee keer oude krib waarvan er eentje ligt tussen het middelzand en de oever. Aan de noordkant van datzelfde middelzand schrijft hij ondiepte, sant onderwater, en diepte.
Overigens opvallend dat hij de Oude Rijn naar Utrecht, die hier bij Wijck naar onderen buiten de kaart had moeten lopen, helemaal niet tekent. Die Oude Rijn was al in de dertiende eeuw afgedamd en speelde in 1670 geen rol meer blijkbaar. Maar er lag toch wel een sluis neem ik aan? Raar.

Wijck ligt dus op een splitsingspunt in de Rijn: de oude Rijn stroomde naar Leiden, de nieuwe loop - de Lek - stroomde naar Rotterdam. Op het ontstaan van deze splitsing kun je promoveren, maar ik sla dat over in deze serie! Terwijl het super interessant is. Maar ik zou me beperken tot de Rijn buiten de bandijken.
Zandbanken bij Wijck dus. Dat lijkt geneuzel, maar is ook interessant. Blijkbaar verzandde de bovenmond van de nieuwe Lek toch. Als de Oude Rijn bij Wijck niet was afgedamd, had de Rijn misschien toch wel weer die loop gekozen ergens rond 1670 (vergelijkbaar met het stuivertje wisselen tussen Rijn en Waal waar Willem Overmars over schrijft in het Waalverhaal). Maar het mocht niet zo zijn.
Vergeleken met het kaartje van Kempinck uit 1623, is er veel veranderd. Voor Wijck tekent Van Geelkercken een groot middelzand, maar dat mag niet in gebruik worden genomen omdat dat nadelig is voor de haven van de stad. Bovendien ligt ten westen daarvan een zandbank tegen de oever van Rijswijk. Weliswaar is dat Gelders, maar een zandbank die aan een oever groeit is van de eigenaar van de oever. Beide banken zijn dus niet best, zie ook het Gelders Waterrecht.
1670 De 10-meterkaart
Op de 10-meterkaart van 1670 begint Isaac van Geelkercken bij Wijck een nieuwe stuk. Dus vergis je niet: plak de twee delen van Wijck aan elkaar, en draai daarbij het rechterdeel een achtste slag zodat de bandijk bij Rijswijk doorloopt.

Op de 10-meterkaart zien we dezelfde situatie als in 1662. De teksten op deze kaart:
- buiten de bandijk: Bilert, Ouden Rhijn, De Beer, Surmont, twee keer Bloot sant [dat zijn die zandbanken die Kempinck in 1623 ook tekent], van Heteren, โt Gasthuis van Wijck, St Walburgen, Everwijn en dan zijn we bij de schaerdijck bij Ravenswaij.
- binnen de bandijk: Rijswijck, Hoff van Eck, de Waij, Kerck Ravenswaij.
De Roodvoetmeander
We gaan even iets oostelijker.

Want hier lag vroeger de indrukwekkende Roodvoetmeander die rond 1870 is afgesneden. Isaac tekent niets van die meander. Ik teken de Rijn met Roodvoetmeander in op zijn kaart:

De Roodvoetmeander is super snel gegroeid, want op deze 17de eeuwse kaart zien we nog geen spoor. Pas aan het eind van de 18de eeuw verschijnt hij op kaarten.
1778 M en W Beijerinck
Dit is een kaart uit een atlas van de buitenlanden in den ampte van Nederbetuwe van M en W Beyerinck, 1778.
Deze kaart is honderd jaar jonger, en nu is er duidelijk iets veranderd: rechts maakt de Rijn een grote bocht naar het zuiden en daar beneden pas beginnen de Rijswijkse waarden. Deze bocht is de Roodvoetmeander. Als je deze kaart vergelijkt met die van Reuvens uit 1870, weer 100 jaar later, zien we dat de Roodvoetmeander dan verder naar het westen is opgeschoven. Vergelijk maar eens de vingerling in de bandijk en de ligging van de buitenbocht.
Dat is een normaal proces bij meanderen: bochten verplaatsen zich naar beneden.
Ik blader eindeloos heen en weer tussen de diverse kaarten, want Beijerinck geeft aan dat de grens tussen Rijswijk en Maurik ten zuiden van deze Roodvoetmeander ligt. Hmm, dat klopt niet met de kaarten van de 17de eeuw. Vergis ik me? Ik tel bochten, vergelijk namen, en doe wat ik kan, maar blijf bij mijn hypothese: de Roodvoetmeander wordt in de 17de eeuw niet ingetekend. De Rijswijkse molen staat op deze kaart, en die ligt er nog (maar daar mag ik niet kijken).
De perceelsgrenzen uit 1686 liggen er in 1778 nog net zo, en we kunnen mooi zien dat de nieuw aangegroeide waard inderdaad is verdeeld onder diezelfde landeigenaren en dat de oude perceelsgrenzen gewoon zijn doorgetrokken volgens het Gelders Waterrecht.
1838 Conrad

Bij Conrad is de Roodvoetmeander prachtig te zien en ook hoe snel hij verder uitstulpt. In roze een oude loop waarlangs een kadijk ligt, maar de Rijn trekt zich daar niets meer van aan. Als we niet hadden ingegrepen, hadden we hier vast het afsnijden van een meander gezien, wat de enige plek langs de Rijn in Nederland zou zijn geweest.
1686

Weer eens een gekleurde kaart. Donkergroen is de hoge grond, lichtgroen uiterwaarden, bruin zandbank en blauw de Rijn. Wijk is leuk getekend. Geen spoor van de Oude Rijn ten oosten van Wijk, evenmin van het kasteel daar of de muur, of de haven. Maar goed, daar gaat de kaart niet over, die gaat over de zuidoever. Op de hoge grond zijn langgerekte percelen getekend met bomen afgescheiden, Daarin een windroos, en een tekst. De tekst is geschreven in het Oud-Nederlandse handschrift dat ook Kempinck gebruikt. Die leefde niet meer in 1686, anders zou ik echt denken dat het zijn handschrift was. De teksten in het donkergroen laat ik zitten (daarin staan eigenaren van die gronden), maar die andere zijn interessant. Ik ga een apart stuk op het blog aan deze kaart wijden โ dat moet nog โ met alle teksten erop. Die beschrijven dat er kribben liggen in de lichtgroene uiterwaarden die het aangroeien van die uiterwaarden hebben bevorderd.
1750 Rijswijk volgens Nicolaas Wicart
Deze prent laat ik uitsluitend zien vanwege de prachtige stootoever rechts.

De kaart uit 1870 van Reuvens
Reuvens maakt zijn kaartboek van de Rijn als ze bezig zijn om de Roodvoetmeander af te snijden. Niet door hem vol te storten met zand of zo, maar door de Rijn slim rechtdoor te leiden. Op de oude topografische kaarten die daar zijn toegevoegd kun je goed zien hoe ze slim kribben en dammen leggen en zo de stroom leiden.


Fietsen en lopen
Duiker
Reuvens tekent een houten duiker buitendijks. Ik zoek de plek op maar mag er niet heen.

Wiel
Waar de dijk een bocht naar het zuiden maakt, ligt buitendijks een wiel. In het boek Wielen lees ik er meer over. De wiel ligt achter het huis De Steenen Paal: dat was een grenspaal tussen Maurik en Rijswijk. Reuvens tekent hier drie meertjes, een binnendijks en twee buitendijks. Aan de vorm van de dijk herken ik niet de typische vingerling rond een doorbraakkolk. Het buitendijkse meertje lijkt meer op het hoofdpijndossier van een kwelplek. Toch maar weer een streetviewopname: vele keren langs gefietst, nooit een foto gemaakt. Rechts op de achtergrond zien we de Roodvoetmeander.

Dit zie ik wel 33 meter verderop vlak voor de weg naar Roodvoet. Water zie ik hier niet, wel een wilde plek en een prachtige vingerling eromheen. Een verlande wiel.

De wiel, niet het wiel.
Roodvoetmeander
Als bewijs dat ik hier echt wel gefietst heb, en niet alleen op google streetview heb gekeken:
Ik bekijk de Roodvoetmeander ook vanuit de andere oever van de Rijn, ten oosten van Wijk bij Duurstede. Maar het is wel echt ingewikkeld hoor, en mijn filmpjes verduidelijken niet zoveel denk ik. Ik hoop van wel natuurlijk, ik hoop dat je de volgende keer als je daar geniet, voelt dat je op een historische plek zit. Ik maak ook nog een fout in de tekst, en laat ergens de Rijn de verkeerde kant oplopen โ of schrijf ik dit op dat jij, lezer, extra goed oplet? Echt waar, er zit een fout in een van de filmpjes. Maar goed, er zijn dus drie generaties Rijn hier:
- de loop uit de 17de eeuw die uitgroeide tot de Roodvoetmeander.
- het kanaal ten oosten van Wijk dat de Roodvoetmeander afsnijdt waar nu twee jachthavens liggen.
- De huidige loop die gegraven is vanwege de stuw en sluis van Amerongen.
Rijswijk
Terug naar de zuidoever, ik ga naar Rijswijk. De peilsteen in het dorp kan ik niet vinden (ik vermoed dat bij ophoging van de grond de peilsteen onder zand is verdwenen). Bij het project Ruimte voor de Rivier is de dijk door Rijswijk voorzien van coupures. De buitendijkse huizen zijn onbeschermd.

En de peilschaal? Daar ligt nu het Amsterdam-Rijnkanaal.

Kruising kanaal en Rijn

Ravenswaaij
Aan de westkant van het kanaal fiets ik verder naar Ravenswaaij waar in de kerk een peilsteen moet zitten. Ik kan hem niet vinden. Of eigenlijk: ik zie een steen van de juiste kleur en formaat, maar er staat een andere tekst op. Ik vergeet een foto te maken, maar ik herinner me dat de tekst ging over een renovatie rond 1970. En nou vermoed ik dat ze daarvoor de oude steen hebben gebruikt, de achterkantโฆ. Zou het?
Ook geeft Reuvens een dijkmagazijn aan. Dat zou dit pandje kunnen zijn. Het magazijn kan ook weg zijn natuurlijk.

Tijd om de overkant op te zoeken, terug te fietsen naar Wijk bij Duurstede, daar te genieten van de prachtige stad en dan de waard ten westen van de stad te bestuderen.







