Ik neus weer eens door het digitale Nationale Archief en stuit op een schitterende kaart van Nicolaes van Geelkercken van de Nederveluwe, het gebied tussen Arnhem, Terlet, Wekerom en Wageningen.

 Bernard Elshoff heeft hier in 1731 een kopie van gemaakt en die ligt in het Gelders Archief.

Nicolaes gebruikt drie kleuren om gebieden af te bakenen: Reemst, de Moft en Oosterbeek is groen. Geel is het Renkumse veld, Wolfheser veld en Deelen. Rood gebruikt hij voor Ede, Aenstoot (Otterlo) en het Schependom van Arnhem.

De oorspronkelijke kaart is gemaakt in 1632. Deze is blijkbaar twee keer gekopieerd door zijn opvolgers: eerst in 1701 door van Gelder, en vervolgens in 1731 door Berend Elshoff. Deze tweede kopie dateert dus van 99 jaar later, maar blijkbaar veranderde er niet zoveel in 100 jaar. Zou dat echt zo zijn? Ik kan het bijna niet geloven. Dat betekent dat je geboren wordt en doodgaat in dezelfde wereld. Dat je je kinderen inwijdt in jouw kennis, en die kennis geven je kinderen weer door aan hun kinderen want die kennis blijft nuttig. Dit impliceert zo’n andere wereld dan waarin wij nu leven, waarin de wereld van mijn jeugd al niet meer bestaat.

Goed, terug naar de kaart.

Vergelijking van de kaart met de situatie nu levert, dooddoener, veel verschillen op maar de overeenkomsten vind ik leuker. Wat is er hetzelfde gebleven in bijna 400 jaar in ons vol geplande land waar geen vierkante meter nutteloos eeuwen blijft liggen?

De meeste plaatsen op de kaart bestaan nog. Hoogstens is de ene plaats uitgegroeid (Arnhem) en de ander nog precies even groot als toen: Ginkel, Mossel, Reemst, Deelen, Terlet. Enkele plaatsen zoals Rincom, Helsum, Wekerom, Oosterbeek zijn gegroeid. Andere zijn verdwenen: bij Harten lag toen een Capel (maar niemand weet waar) en is nu niet meer dan een herinnering. Grunsvoort, Mariendael, Valkenhuyse zijn landgoederen of kastelen waarvan alleen Dooreweerdt nog bestaat. Wolfhees is verplaatst, de plek van de kaart, nu de kapelheuvel, is nog wel herkenbaar maar er staat niets meer (ja een kunstwerk van gaas).

Het wegenpatroon is nog herkenbaar, alleen zijn de hoofdwegen van toen nu wandelpaden. De wegen liepen tussen de dorpen en de bijbehorende heides en bossen. En tussen de dorpen en handelscentra natuurlijk, en dan het liefst over de kortste route. Een paar kilometer omrijden maakt voor een auto niets uit, maar lopend is elke honderd meter teveel onnodig tijdverlies. De koningswegen zijn er nog niet.

Bij Quadenoord zie ik een kruispunt waar maar liefst acht wegen bij elkaar komen. Een goed punt voor een herberg, maar die zou absoluut ingetekend zijn. We vermoeden dat dit kruispunt in werkelijkheid een knooppunt van wegen was op de uitgestrekte Renkumse Heide en dat deze wegen niet precies in een punt bij elkaar kwamen.

Heijdenstadt

En dan valt mijn blik op iets raars: Heijdenstadt. Omgeven door een wal, ten zuidoosten van De Ginckel, ten zuiden van de Michels Kuil, die nu bekend staat als Mechelse Kuil. Al 400 jaar lang een opvallende kuil waar in de Middeleeuwen recht werd gesproken (maxla is gerechtsplaats).

Over de Paalberg hebben wij een boek geschreven. Ook over de Vossenweg hebben we een boek geschreven.

Lopen op de kaart

Ha, nou deze kaart is geen stafkaart hoor. Dit is mijn wandelroute van Schaarsbergen naar Ede die ik gepoogd heb in te tekenen:

Alle afbeeldingen:

  • Nederveluwe in 1634
  • Dennenkamp
  • route Schaarsbergen naar Ede

Premium inhoud

Premium abonnees kunnen verder lezen over de teksten op deze kaart

Voordelen voor premium abonnees:

  • je steunt mij en mijn blog enorm: niet alleen financieel (dit blog draait op een duur abonnement in wordpress), maar het is gewoon heel erg leuk dat er mensen zijn die dit blog zo waarderen dat ze er geld voor over hebben.
  • je krijgt elke twee weken een extraatje, zoals:
    • de transcriptie van teksten op een kaart;
    • een transcriptie van een archiefstuk over landschap;
    • een fietsroute.