Tussen Wageningen en de Grebbeberg ligt de Grebbedijk met buitendijks natuurgebieden zoals De Blauwe Kamer. In 1855 is de dijk doorgebroken en daarna verlegd.

Ik pak de routekaart van onze Rijncruise van Arnhem naar Vianen erbij, we zijn bij bocht 10.

Premium inhoud

Premium abonnees lezen hier over het Rijnbeheer door de Rekenkamer van het Hof van Gelre in de 17de eeuw.

Stroomrug en kronkelwaard in De Nude

Het open gebied tussen Wageningen en de Grebbeberg heet de Nude. De Rijn heeft eens, lang geleden, rond de Nude gestroomd, om dan wel bij de Grebbe terug te keren en verder ten zuiden van de Utrechtse Heuvelrug langs te gaan. Het is nu niet meer voor te stellen, want als de Rijn weer eens door de Grebbedijk heenbreekt, zou hij direct doorstromen naar Spakenburg aan het IJsselmeer.

Hier een dwarsdoorsnede door de Gelderse Vallei. Het hoge vlakke plateau links is het Binnenveld, liggend tussen de Rijn en de sluis bij de Rode Haan (de verticale lijn op ca. 1/3 van links). Het veenkussen bij Veenendaal was toen dus wel echt een waterscheiding.

Op het AHN kunnen we de ruggen van de oeroude kronkelwaard en enkele strangen mooi zien. In het veld zijn me deze hoogteverschillen nooit opgevallen.

In 1948 is al eens een bodemkartering gedaan in de meest noordelijke geul. (Dank Renaat voor de tip). De Wageningse landbouwkundigen was opgevallen dat gewassen verschillend groeiden. Toen werd een stroomgeul ontdekt met afwijkende bodem en dus ook afwijkende eigenschappen voor landbouwgewassen.

Als hier een stroomgordel ligt of een kronkelwaard, moet dat te zien zijn op de geologische -, geomorfologische – en bodemkaart. Op de geologische kaart is het duidelijk: hier ligt een voormalige stroomgordel.

Op de geomorfologische kaart zijn de geulen die we ook op het AHN konden zien mooi zichtbaar, plus ruggen en geulen van kronkelwaarden, en enkele hanken (restgeulen) en strangen (kwelwatergeulen).

Op de bodemkaart is het wat lastiger. Donkergroen met de lichte en donkere vlekken erin zijn kalkloze poldervaaggronden (i.e. natte vage gronden) met meer of minder klei. De twee kleuren groen daar ten zuiden van langs de Grebbedijk zijn ooivaaggronden (i.e. droge vage gronden). De donkerbruine strook langs de Grift en in de stroomgeul die in 1948 werd ontdekt, zijn drechtvaaggronden: dat wil zeggen dat onder de poldervaaggrond binnen een halve meter onder het maaiveld veen ligt. Sorry guys, de bodemkundigen maken het ons niet gemakkelijk.

Oude kaarten en prenten

1635 Kaart van Nicolaes van Geelkercken

De oudste kaart die ik heb gevonden van dit gebied is deze van Nicolaes van Geelkercken. Rechts zien we nog net het Wageningse Gat, en links de plek bij De Doven waar de Grebbedijk tot 1855 bij de Rijn kwam (dit moet je even onthouden). Bovenstrooms beginnend schrijft Nicolaes Drost van Wageningen, Prede (?) van Heteren, Mijnheer Ecks lant, Verstegens huijs, en dan twee rijsweerden, grienden dus, van Van Eck en van de heer Van Alkemae. Daarbuiten liggen nog twee onbepote zandbanken. In de Rijn tekent hij allerlei kribben.

1670 10-meterkaart

In het midden van de 10-meterkaart van Isaac van Geelkercken zit een las. Ik begrijp daar de functie niet van: het lijkt mij eenvoudiger om een lange opgerolde 10-meter kaart te hanteren in een boot, dan twee kaarten van 5 meter die in het midden aan elkaar vast zitten met bouten en vleugelmoeren in hout. De kaart is gemaakt door Isaac van Geelkercken, de zoon van Nicolaes.

Bij Wageningen begint de Grebbendijck. In de waarden buiten de dijk lees ik van oost naar west haven, ouden steenoven, Torcksweert, Stralen, Heer van Alckemade. Torck, Van Stralen, Van Alckemade zijn in de Wageningse geschiedenis bekende namen. Aan de dijk ligt Verstegens huis: dat huis staat op meer kaarten. Benedenstrooms van de waard van Heer van Alckemade zijn we aan het eind van deze waard gekomen. Daar is de Grebbedijk schaardijk en begint de Blauwe Kamer. Maar om het niet al te ingewikkeld te maken, nemen we dat stuk er in deze bocht bij.

Het gebied dat nu de Blauwe Kamer is, vinden we terug op de westelijke helft van de 10-meterkaart: Heer van Duickenborch, Everwijn en andere geerfden. Daar groeit een zandbank aan: de Rijn vergroot daar zijn buitenbocht naar de zuidoever. Verder tekent Isaac de Grebsluis en uijtvaert: volgens hem stroomde de Grift nog naar de Rijn toe. De Grebbe tekent hij als buurschap met zeven huizen.

Dan maakt mijn hart een sprongetje: hij tekent in deze waard een aantal evenwijdige lijnen en een kaijdijk. Nog altijd is de ontginningsrichting zo, ondanks dat er niet veel over is van de waard.

Maar het meest opvallende is natuurlijk dat Isaac van Geelkercken de Grebbedijk op zeker punt vlak langs de Rijn laat lopen, en daar ligt hij nu niet meer. Na de doorbraak in 1855 is de dijk verlegd. Daarover zo meer.

1749 Grebbesluis

Deze prent is getekend door Jacob van Liender. Ik vind het leuk hoe hij de Grebbesluis tekent met twee raderen. De Grebbe tekent hij als een echt dorp met stenen huizen (er was ook een grote herberg).

1799 Zicht over de Blauwe Kamer en Opheusden

Volgens mij zien we op deze prent in het verschiet de kerk van Opheusden en vooraan de monding van de Grift.

1830

1830: de kaartatlas van Goudriaan

Op de kaart uit de kaartatlas van Goudriaan uit 1830 krijgen we eindelijk overzicht van de oude situatie voor de verlegging van de dijk. Dit is zeer verhelderend. De dijk raakt bijna de Rijn even ten oosten van het veer. Dit doet bij mij een belletje rinkelen: mij valt op dat de Grebbedijk zowel vanuit Rhenen via de Grebbe (bij de weg die de stuwwal opklimt) als vanuit Wageningen lijkt op een Veerweg naar het Opheusdens veer. Dat klinkt mij niet raar in de oren: het veer is ouder dan de dijk, de dijk is rond 1330 gelegd op de plek van de twee oude dijkjes naar het veer.

Bij Goudriaan ligt in de bocht, beschermd door de dijk, boerderij de Doven. Pal naast de Doven een wiel en iets ten oosten nog een wiel. Het lijkt een enge plek om te wonen. Is de boerderij op een onveilige plek gebouwd? Dat hangt ervan af hoe oud die boerderij is. Ik breng de vorige bocht in herinnering, de Maneswaard, en hoe die ontstaan is. Tussen 1263 en 1568 is de Rijn doorgebroken, werd de Maneswaard een eiland, en in de 17de eeuw groeide de Maneswaard aan de zuidoever aan. Ik teken een andere Rijnloop in op de kaart van Goudriaan alsof de Maneswaard nog op de noordoever is.

Zo lijkt de ligging van de Doven en de vorm van de Grebbedijk helemaal niet zo merkwaardig. Het kan dus goed zijn dat de Grebbedijk ter plekke van de Doven zo kwetsbaar werd door het doorbreken van de Rijn ten noorden van de Maneswaard.

In elk geval besloot men in de 13de eeuw de Grebbedijk rond de Doven te leggen, en De Doven bij de polders van Bennekom en Wageningen op te nemen als eerste polder, de Hoeveslagen. Niets gevaarlijks aan.

1855 Doorbraak van de Grebbedijk

Op 7 maart 1855 brak de Grebbedijk door even ten westen van de steenfabriek Plasserwaard. Daarna werd de dijk verlegd en een deel van de Hoeveslagen, de eerste polder in de Nude, opgegeven. Op volgend kaartje zien we de oude dijk, de doorbraak, het eerste plan waarbij de dijk buiten de nieuwe wiel zou worden gelegd en het latere – uitgevoerde – plan van de nieuwe korte dijk.

De kaart uit 1870 van Reuvens

Reuvens laat in zijn kaartatlas uit 1870 de nieuwe Grebbedijk zien. Hij tekent drie wielen, in het rechterwiel zet hij 1855: de wiel van de doorbraak. Verder tekent hij een peilsteen in de boerderij Het Verdriet en rond de Grebbesluis peilschalen (waarvan eentje van steen, die zou er nog kunnen zijn, maar ik heb goed gezocht en niets gevonden).

De Grift: zijtak of zijbeek?

Een tak stroomt de Rijn uit, een beek stroomt de Rijn in. De Waal, IJssel, Oude Rijn, Hollandse IJssel zijn takken. De Seelbeek, Heelsumsebeek zijn zijbeken die naar de Rijn toe stromen. En de Grift?

De Grift is de genormaliseerde Kromme Eem die tot ongeveer 1650 naar de Rijn toe stroomde. Vanwege de veenafgraving en bijkomende ontwatering dus oxidatie en inklinking van het veen daalde het maaiveld bij Veenendaal, verdween de waterscheiding en liep het water eigenlijk nergens meer heen. De Rijn kwam intussen steeds hoger binnen de bandijken te liggen. Uiteindelijk draaide halverwege de 17de eeuw de stroomrichting om. Sindsdien stroomt de Grift niet meer de Rijn in maar uit. De Rijn ligt tegenwoordig hoog boven de Gelderse Vallei. Als we de Grebbedijk vervangen door een glazen wand, zouden de huizenprijzen in de Vallei kelderden: in de winter zou het er angstaanjagend uit zien, een muur van water.

Als de Rijn nog hoger komt te liggen, wacht dan de Renkumse en Heelsumse beken hetzelfde lot? Ik maak een overzicht van alle beken die de Rijn in stromen vanaf de brug bij Arnhem: Sint-Jansbeek (eigenlijk niet natuurlijk, maar vroeger misschien wel), Sliijpbeek, Zuiderbeek, Gielenbeek, Oorsprongbeek, Seelbeek, Beek langs de Fonteinallee en dan de Heelsumse Beek en de Hartensebeek. En dan? Vroeger de Kromme Eem, maar die stroomt nu dus als Grift de andere kant op. Dus daar beginnen nu de aftakkingen: Grift, de Kromme Rijn en dat is alles tot aan Everdingen. Dus er is een kantelpunt bij Wageningen ontstaan. En op de zuidoever? De Rijn stroomt nu overal hoog boven de Betuwe, maar de plaatsnamen Lakemond en Zoelmond wijzen op een andere historie. Wat is dit toch interessante materie.

We zijn nog niet eens halverwege maar hebben alle zijbeken gehad. Verderop komen geen zijbeken meer voor, ook niet bij de Utrechtse Heuvelrug; raar eigenlijk.

Fietsen

Ik begin op de kop van de waard, dat is bij de inrit naar de jachthaven. Vanaf de Grebbedijk hebben we een prachtig uitzicht over de uiterwaarden.

Naast de steenfabriek Plasserwaard – waar ik niet mag komen – ligt de kolk die is ontstaan bij de doorbraak in 1855. Het is raar te bedenken dat dit vroeger een polder was met boerderijen. Aan de andere kant van de dijk ligt boerderij Het Verdriet (die is van voor 1855) en De Nieuwe Doven.

Ik fiets verder terwijl ik me verwonder over de vele verschillende palen op en langs de dijk: palen van het voormalige waterschap Vallei en Eem, van het huidige waterschap Vallei en Veluwe, de grenspaal tussen Utrecht en Gelderland, een herdenkingspaal uit 1995, peilschalen. Ik reken erop dat ze allemaal worden teruggezet na het aanpassen van deze dijk.

Ik fiets de Veerweg in en ga op zoek naar een sluisje dat Reuvens intekent maar dat ik nog nooit gezien heb. En ja hoor, het is er nog, bij het begin van de zomerdijk richting de Plasserwaard. In dat natuurgebied ben ik nog nooit geweest en daar mag ik ook niet komen.

In het informatiecentrum van de Blauwe Kamer hangt een mooie foto van de vroegere situatie: steenfabriek, loodsen, afgravingen, spoorrails en gras. Het verschil met nu is onvoorstelbaar. Vroeger was alles beter, jaja. Bovenaan vlak onder het plafond zie je nog net de rand van de Grebbeberg. Tussen de steenfabriek en de Grebbeberg stond geen enkele wilg of meidoorn.

Hee, alweer een coupure (dat lijstje wordt steeds langer).

In het natuurgebied De Blauwe Kamer, waar een deel van de zomerdijk is weggehaald zodat in de winter de rivier echt vrij spel heeft – onderdeel van Plan Ooievaar – superplan – kun je een leuke wandeling maken van 3,5 km. Als je die combineert met de wandeling aan de overkant van de Rijn die ook ongeveer 3 km is zie bocht 9 – heb je een geweldige wandeling die in geen enkel boekje staat beschreven met als hoogtepunt twee boottochtjes over de Rijn en twee keer koffie. Ideaal voor bezoekers uit verre streken die Nederland-waterland willen zien.

Ik fiets terug naar de Grebbedijk en bekijk het dijkmagazijn. Ik let altijd op dakpannen. Dit zijn Echter pannen, herkenbaar omdat ze niet dakpansgewijs liggen maar versprongen.

Bij de Grebbesluis zijn met name de bolwerken de moeite waard om van de fiets af te stappen. Van de sluis zie ik niks, van het gemaal ook niet; dat kan wel wat publieksvriendelijker lijkt me. Wel zie ik honderden balken in de loods – wat zijn die balken? Schotbalken zijn niet vierkant toch? – peilschalen en een leuk draaihekje. Meer daarvan!

Onder de Grebbeberg fiets ik langs het laatste stuk van de Grift (nu het eerste). Het sluisje tussen de bolwerken en de Grift is er nog, de bolwerken zijn vanaf hier mooi te zien. Na de monding van de Grift stroomt de Rijn pal tegen de hoge Grebbeberg aan. Daar weet ik verscholen in het groen tussen fietspad en Rijn een prachtige peilschaal te staan die Reuvens niet intekent.

Meer lezen over de Rijn en de uiterwaarden? Lees Het Verhaal van de Rijn. Liever een boek? In mijn boek Zandbanken in de Rijn duik ik in de Rijn die in de 17de eeuw opdroogde en hoe de Rekenkamer van Gelderland daarmee omging. Te koop als paperback en als eboek.

Alle zijbeken in de 17de eeuw op onze route:

  • Slijpbeek
  • Zuiderbeek
  • Gielenbeek
  • Oorsprongbeek
  • Seelbeek
  • Beek langs de Fonteinallee
  • Heelsumsebeek
  • Hartensebeek
  • Kromme Eem (nu Grift, en inmiddels stroomt hij de andere kant op)

Ja, dat is echt de laatste, vanaf de Utrechtse Heuvelrug stromen geen beken naar de Rijn. Vanuit de Betuwe ook niet.

Dat was het. Tijd om de overkant weer op te zoeken. We gaan naar de Oudewaard, Leede en de Marsch.

Alle afbeeldingen:

  • dijkmagazijn Grebbedijk
  • coupure
  • Lengteprofiel Gelderse Vallei
  • De Gelderse Vallei in 1855
  • De Grebbedijk in 1855
  • kaart van Goudriaan Rijn bij Wageningen
  • Nude
  • avulsies tusssen Wageningen en Rhenen