De Ingense waard is lang en smal met een kleine kronkelwaard die niet uit kan groeien omdat op de noordoever de Rijn tegen de Utrechtse Heuvelrug schaart: de Rijn heeft hier niet veel ruimte. De kronkelwaard is afgegraven.
We zijn bij bocht 15 op onze Rijncruise van Arnhem naar Vianen.

Premium inhoud
Premium abonnees lezen hier over de werkbezoeken in de 17de eeuw.
Oude prenten en kaarten
1670 Isaac van Geelkercken
We beginnen met de 10-meterkaart uit 1670 van Isaac van Geelkercken. Isaac tekent in de waard twee strangen of hanken plus een kleintje; en hij tekent in de Rijn lange kribben. Dit is met andere inkt gedaan, dus waarschijnlijk heeft hij er overheen gekliederd. Wat zal hij gebaald hebben.

1670 Isaac van Geelkercken
Hij heeft in hetzelfde jaar ook een detailkaart gemaakt; ik vermoed omdat hij het niet leuk vond om op zijn kunstwerk te kliederen. Op deze kaart werkt hij die lange kribben die hij op zijn 10-meter kliedert beter uit.

Anno 1670 den 29 Junij sijn de samentlicke Heeren van Reeckening in Gelderlandt ontrent Wiel geweest, en hebben besigtiget de kribbe van den heer van Eck boven Wiel, hoe deselve verre over de helfft verlengt was, om den stroom na de Amerongse zijde door een oopeninge van een gegraven sant te jagen, edoch geen goet succes hebbende, sloech weder na de oude diepte, maeckende also de schipvaert beswaerlick. Is bij de voorts Heeren goetgevonden (als van twee quaden het beste) dat de bovenste kribbe, A, 10 a 12 roeden tot aen het groene hordt soude uijtgenomen worden, ende dat den Heer van Ecks voorgenome kribbe bij B vant vastelant tot opt middelsant soude gebracht worden, om also den stroom met een rechte linie trianghen het middelsant, en het vaste lant aende Amerongse sijde te brengen, het welcke oock voornd: heer van Eck te doen, aennam.
Dit gaat over de twee kribben A en B aan de linkerkant van de kaart, dus bij Ingen. Ze willen dat kribbe A wordt ingekort, en (als compromis) dat de stroom tussen het middelsant en de andere oever door geleid wordt.
Meer benedenstrooms liggen er ook twee grote kribben, en daar gaat de rest van de tekst over. Dat ligt op de noordoever dus bespreek ik bij Amerongen.
1749 Willem Leenen
Van deze kaart bestaat een tweede versie uit 1752. Leenen beschrijft een probleem met het lijnpad, een fantastisch verhaal.


1855 Overstroming en ontstaan van het Ingense wiel
In 1855 was Ingen een van de vijf plekken waar de Rijndijk doorbrak en de Betuwe overstroomde, het groene gebied. Er is toen ten oosten van de afweg naar het veer een wiel ontstaan.


De nieuwe dijk is buitenom gelegd. Op de volgende kaart is het noorden onder.

De inhoud, het zand dus, van deze kolk die is ontstaan in 1855 is naar het zuiden over de landerijen gespoeld. Daardoor ontstaan overslaggronden, die we ook bij Lienden bij de Klokkewaai hebben gezien. Even kijken of ik hiervan iets terugvind op de geomorfologische kaart en bodemkaart.
Geomorfologische kaart: niks. Wel kronkels van de kronkelwaard van Ingen. En de wiel, maar geen doorbraakwaaier zoals wel het donkergroene vlak rechtsonder links van de Klokkewaai.

Op het AHN, de bodemkundige kaart en op de topografische kaart zie ik ook niks. In donkerblauw de huidige wiel. Links zie ik kronkels van een oude Rijnloop; dit is een ander verhaal: de kronkelwaard van Ingen.

Ook zie ik een stroomgeul. Die stroomgeul verdient een naam! Hier in het rivierenland houden ze van korte namen. Net als andere geulen zal het in de Middeleeuwen naar de Rijn toe gestroomd hebben, en nadat de Rijn steeds hoger kwam te liggen tussen zijn dijken, draaide de stroomrichting om. Het water stroomt sindsdien de Ketteringse wetering in, zie mijn blauwe pijl. Was dit de Kette? Past wel in het rijtje Lake, Korne, Zoel, Meer, Linge. Puur verzinsel hoor.
De kaart uit 1870 van Reuvens
Reuvens heeft weer twee bladen voor deze waard nodig. Zoals altijd kijk ik met de stroom mee en ik begin dus waar de Tollewaard ophoudt. Op deze kaart van Reuvens kun je nog net ‘de oude’ lezen – De Oude Rijn – rechtsonder, links daarvan begint de Ingense waard. Reuvens tekent een houten peilschalen, een peilsteen bij Verhuizen en een stenen sluisje met de naam Het Schut. Binnendijks van de bandijk tekent hij twee wielen, de grote is die uit 1855. Hij tekent de oude dijk en de nieuwe dijk buitenom. Daar ook een houten peilschaal en dan zijn we bij de Veerweg naar het Ingense veer. Verder naar beneden tekent hij een dijkmagazijn, weer een peilsteen, en dan is dit blad klaar.

Op het aansluitende blad tekent hij in de Ingense waard een stenen sluisje, dan zijn we bij de grens tussen Maurik en Lienden gekomen bij een dijk die de Ingense waard afsluit. Dan begint Maurik, dus de Wielsewaard. Bij het veerhuis tekent hij een peilsteen, een stenen heul, een houten peilschaal en een stenen sluis. Ik ben benieuwd wat ik allemaal kan terugvinden en ga op weg.

Fietsen en lopen
Ik begin bovenstrooms en zet mijn fiets bij het pad dat naar het gemaal de Bontemorgen loopt. Wat een gigantische verrassing: ik kan langs de Rijn en over de zomerdijk helemaal doorlopen naar het veerhuis bij Ingen. Volgens mij mag dat zelfs, ik heb nergens hoeven te klimmen en heb geen verbodsbordje gezien. Daarna moet ik wel weer helemaal terug om mijn fiets op te halen. Onderweg kom ik over een bruggetje over een coupure. Hier werd ik belaagd door een kudde jonge koeien en echt op mijn gemak voelde ik me niet. Tenslotte kwam ik bij het veerhuis.






Ik loop terug om mijn fiets op te halen en fiets de bandijk af om alle dingetjes van Reuvens op te zoeken. De eerste, Het Schut, is nu het gemaal Bonte Morgen (maar hoort bij de Marsch natuurlijk). Ik heb geen peilsteen in Verhuizen gevonden en ook geen peilschaal. Wel de kleine en grote wiel uit 1855. Ook een gemaal (dat Reuvens niet vermeldt). De heul ligt er ook nog.









Ik fiets van het uitje naar de schitterende terp met het veerhuis terug naar de bandijk verder en kom al direct bij het dijkmagazijn van Ingen dat Reuvens ook vermeldt. De peilsteen kan ik niet vinden en dan kom ik al snel bij de het veerhuis van Eck en Wiel. Ook zo’n leuke plek.









En alweer een verrassing: hier kan ik in de waard ook een superwandeling maken.






Het veerhuis is prachtig en staat lekker in de weg. Zo moet het zijn. De stenen heul is er nog. Het oostelijke deel van de waard wordt nu nat gehouden en niet meer voor landbouw gebruikt. Prima.
Ook de peilsteen heb ik gevonden.

Ik zie oude huizen in de waard op terpen gebouwd, en een nieuw huis zonder terp vlak aan de Rijn. Het waterschap zorgt wel voor droge voeten toch? Het lijkt mij slechte planning; kan het waterschap verplichten om een huis op een terp te zetten?
In de waard is het heerlijk wandelen. Een filmpje dus: die paarse bloem is Zwanenbloem.
Tenslotte fiets ik nog een eindje door naar het einde van deze waard waar naast een camping het gemaal ligt. Ik knoop een gesprekje aan met de bewoner van een huis daar, en die vertelt dat deze gezellige volkscamping wordt omgebouwd tot een chaletpark. Hoe jammer, zucht.

Waar de dijk naar links buigt bij een trafohuisje, houdt deze waard op. Ik heb ervan genoten: twee mooie wandelmogelijkheden, prachtige veerhuizen, een komisch bruggetje over een coupure en nog veel meer moois.
Meer lezen over de Rijn en de uiterwaarden? Lees Het Verhaal van de Rijn. Liever een boek? In mijn boek Zandbanken in de Rijn duik ik in de Rijn die in de 17de eeuw opdroogde en hoe de Rekenkamer van Gelderland daarmee omging. Te koop als paperback en als eboek.
Het is tijd om naar de noordoever te kijken: we gaan naar Amerongen.
Alle uiterwaarden tussen Arnhem en Vianen met grote afgravingen:
- bocht 1: Meinerswijk
- bocht 2: Rosande
- bocht 3: Driel
- bocht 5: Heteren
- bocht 6: Renkum
- bocht 9: Opheusden
- bocht 10: langs de Grebbedijk
- bocht 11: de Leede, Oudewaard en de Marsch
- bocht 15: Ingen
- bocht 17: Maurik
- bocht 18: de Koornwaard
- bocht 19: Rijswijk
- bocht 20: Bosscherwaarden
- bocht 23: Redichem
- bocht 24: Steenwaard
- bocht 25: Everdingen

