Er zijn vele slaperdijken in Nederland – wat een slaperdijk is, is een ander verhaal. Ik fiets vandaag langs de Slaperdijk die ligt bij Veenendaal en Renswoude. De geschiedenis van deze Slaperdijk is reuze interessant en vertel ik uitgebreid in dit boek, maar ook op dit blog in dit stuk.

Deze Slaperdijk is gelegd in 1653 door Utrecht. De oudste kaart waar hij op staat is deze van Nicolaes van Geelkercken. Dat is een beetje sneu verhaal: Nicolaes had maar liefst 23 jaar aan zijn anderhalf meter grote kaart van het Binnenveld en Gelderse Vallei gewerkt, en twee jaar nadat deze kaart af was, werd de Slaperdijk gelegd. Toen heeft hij een nieuw kaartje gemaakt dat net niet op een A-viertje past.

Het Binnenveld in 1655
Van Geelkercken GA 0306 252 0001

De mooiste kaart van de Slaperdijk is deze uit 1705 van Justus van Broeckhuysen. Deze twee meter lange kaart is gemaakt voor de opdrachtgevers van de dijk; hun wapens staan er mooi op. Hier en daar hangt deze kaart – waarvan dus kopieën zijn gemaakt, voor elke opdrachtgever eentje, nog wel in een waterschapshuis of gemeentehuis. Ik kan even geen mooie link vinden van deze kleurenversie om te delen, het Gelders Archief is toch echt wel een topper op dit gebied (deze dijk is Utrechts), daar vind ik een zwart witte versie.

soortgelijke kaart in Gelders Archief

De Slaperdijk bestaat uit twee delen: het zuidelijke deel loopt van het Egelmeer tot aan de Emminkhuizerberg, het noordelijke deel begint aan de andere kant van de Emminkhuizerberg en loopt door tot aan de Gelderse Hoogte bij Daetselaar, Spakelaars, Methorst, Lichthorst en Swaitselaars. Die boerderijen liggen er nog net zo, maar ook ligt daar het Werk aan de Daetselaar van de Grebbelinie.

zuidelijk deel

noorden rechts
noorden boven

Op de AHN-uitsnede zie je dat de Slaperdijk het gat tussen de Emminkhuizerberg in het noorden en de Utrechtse Heuvelrug in het zuiden afsluit.

Okee, ik fiets langs de Slaperdijk en begin bij het Egelmeer. Dat Egelmeer noemden de Romeinen Mare Aegilis, en dat is verbasterd tot Egelmeer. Een 2000 jaar oude naam dus; zouden de Romeinen echt een meertje ten noorden van de Rijn een naam hebben gegeven? Terwijl het hele Binnenveld en Gelderse Vallei een groot naamloos moeras was? Maar het is een mooi verhaal. Het Egelmeer is droog, ik heb gelezen dat de ondoorlatende oerbank waar het water op dreef, bij een onderhoudsbeurt per ongeluk is doorgestoten en toen liep het leeg.

Even verder begint dan de Slaperdijk, goed zichtbaar voor wie kijkt, bij een splitsing of samenkomst van twee wegen:

Slaperdijk

Deze weg fiets ik dus in, naar het noorden. Even later fiets ik hoog op een dijk langs Veenendaal, steek twee keer een spoorweg over en kom bij De Rode Haan. Hier kruist de Grift – het waterschap noemt dit het Valleikanaal, maar ik ken niemand die dit kanaal zo noemt – de Slaperdijk. In 2021 is hier een balgstuw gelegd, plus een vistrap en kanosteigers. Helaas mag ik er niet komen.

Rode Haan

Aan de andere kant, naar het westen, ligt een soort dagrecreatiegebied dat vroeger populair was maar nu verwaarloosd. Zo grappig: op Google Streetview kun je hier in het verleden kijken. De opname is van 2009, maar nu is de weg afgesloten, dus deze opname wordt nooit vervangen. Dat vind ik leuk! De auto vooraan is van het Waterschap Vallei en Eem dat ook al niet meer bestaat.

Op die landtong mag je overigens nog wel komen; de rest is afgesloten. Hier sta ik zelf op de punt; de Zijdewetering en de Grift stromen hier samen.

Grift, Zijdewetering

Ik fiets verder. De Slaperdijk sluit hier aan op de Emminkhuizerberg, daar ligt natuurlijk geen dijk.

noordelijk deel

noorden rechts

Dit deel op het AHN. Je ziet goed de verdedigingswerken van de Grebbelinie liggen, maar die waren er nog niet in de tijd van Van Broeckhuysen en zijn een ander verhaal.

Aan de andere kant zoek ik het tweede deel op. Dat begint bij deze boerderij.

Slaperdijk

Hier begint een heerlijk fietspad. De Slaperdijk is hier later opgenomen in de Grebbelinie en er langs liggen maar liefst drie verdedigingswerken. Daar heb ik geen foto’s van gemaakt, want hoewel ik met dit blog allerlei kanten uitwaai, stop ik bij oorlog en geweld. In de tijd van de aanleg waren die verdedigingswerken er nog niet, dus die staan niet op de kaart van Justus.

De Slaperdijk loopt hier niet de kortste weg naar het noorden, maar gaat eerst naar het oosten naar de provinciegrens. Zo zijn alle landerijen van kasteel Renswoude, immers Utrechts, mooi beschermd. Dit kun je op de oude kaart prachtig zien. Daar zie ik op de kaart van Justus ook een heuvel, maar nu ligt daar fort aan de Buurtsteeg als restant van de Grebbelinie.

Ik zie iets verderop deze paal, die thuis een militaire paal bleek te zijn. Die paal is onschuldig.

Slaperdijk

Ik kom bij een stukje erfgoed: een coupure in de dijk bij de kruising met de Arnhemseweg N224. Het ligt er verwaarloosd bij, wat jammer! Het is wel een Rijksmonument.

Ik kom steeds bordjes tegen van een kunstroute, en wow zeg, dan zie ik dit, een stop aan een kettinkje, precies gelijk als in mijn badkamer maar dan wat groter. Wat tof gedaan!

Eederachterveensesloot Slaperdijk

Dit is waar de Ederachterveensesloot de Slaperdijk kruist (ik heb het gevoel dat ik twee sloten door elkaar haal en wil komende winter als ik door de brandnetels en bramen het land beter kan zien, weer eens kijken). Hier ligt een mooie opgeknapte duiker met zowaar ook nog een peilsteen. Die fotografeer ik op de kop, want voor mijn blote benen zijn deze stikstofrijke bramen en brandnetels niet aantrekkelijk. En sponningen voor schotbalken.

Eederachterveensesloot Slaperdijk

Even later kom ik bij de Munnikesloot (hier hoort een mooi opgeknapte duiker te liggen met peilsteen, vandaar mijn gevoel dat de vorige foto’s hierbij horen). Ik ben ontzettend eigenwijs en heb al jaren het vermoeden dat veel toponiemen met Munnike of Monnike niet slaan op monniken maar op een hoekige Z-vorm, mank zogezegd. Deze sloot ook weer: de sloot komt uit de Doesburgerpolder, buigt dan af naar het noorden en loopt iets verder onder de Slaperdijk door. Manke sloot dus. En geen monnik in de wijde omgeving die iets met deze sloot te maken heeft gehad. Dit is in lijn met wat ik vaker tegenkom met bijvoorbeeld Monnikewaard, Monnikeveld, Monnikedam – alle drie met een hoek eruit en geen monnik te vinden. Maar in geen enkel etymologisch woordenboek of welk boek dan ook ben ik dit tegengekomen, dus het zal mijn verzinsel zijn.

Langs de Fliertsebeek mag je lopen zo te zien. Hier ligt een kantelstuw.

Dan kruist de Luntersebeek de Slaperdijk:

Tenslotte kom ik bij het werk aan de Daatselaar. Dit is een werk van de Grebbelinie, waar ik dus verder niet naar kijk, maar wel naar een prachtige stuw. Hier zowaar ook een peilsteen, plus twee hardstenen stenen met letters erin die ik niet helemaal kan ontcijferen (foto 3 en 4). De foto’s zijn vanaf de overkant genomen met mijn mobieltje. Gelukkig biedt het register van rijksmonumenten uitkomst: op de linkersteen staat I.D. PUL (volgens mij staat dat er niet) en op de rechtersteen GLDE STEEN 1766. Ik lees in een boek (zie onderaan) dat dit een afkorting is van Gelegd Eerste Steen 1766. Haha, dat vind ik wel humor. Mooie geknipte voegen trouwens.

Het doel van deze schotbalkstuw was de waterlinie: als er schotbalken in de sluis zaten, werd de Luntersebeek opgestuwd en liepen de landerijen in Gelderland ten oosten van deze linie onder. Fijn voor Utrecht, vervelend voor Gelderland.

Daar ergens eindigt de Slaperdijk op de Gelderse Hoogte bij de boerderijen Daatselaar, de vier Zwetselaars en twee Sprakelaars, Methorst, Lichtenhorst die Van Broeckhuysen in 1705 al op zijn kaart intekent. Ze liggen er nog net zo.

Ik kan geen boek vinden over deze Slaperdijk, maar hij wordt wel besproken in deze gids van de Grebbelinie.