Bij Redichem ligt in een grote binnenbocht de Redichemse waard en aan weerszijden van Culemborg liggen lange smalle uiterwaarden. We kijken tot Everdingen.
We zijn op onze Rijncruise van Arnhem naar Vianen aangekomen bij bocht 23.

Premium inhoud
Premium abonnees lezen hier over de werkbezoeken in de 17de eeuw.
Lees mee door je vandaag nog te abonneren.
1671 de 10-meterkaart
Elke keer als ik deze 10-meterkaart van Isaac van Geelkercken bekijk, is er zo weer een uur voorbij. Ik heb hem, samen met een groep studenten uit Delft, ook in het echt mogen zien. Dat was een superochtend. Deze kaart moet je echt in het archief opzoeken, zie de link onder het kaartje; je kunt eindeloos inzoomen. Hij is 10-meter lang, en aan zo’n knipseltje van mij heb je helemaal niets.

Het noorden is onder. Als ik mijn methode strikt volhoud – en dat ga ik dus doen – stopt deze bocht 23 bij Aen ’t Spoel – en dat ligt er nog net zo.
Op bovenstaande uitsnede kijken we dus naar de zuidoever (het noorden is onder) en we beginnen links bij de kop van de waard. Daar tekent en schrijft Isaac van Geelkercken hooft. Daar kon een boot aanmeren, en dat kan dus goed een veerstoep zijn. Vandaar naar beneden maakt de Rijn een grote bocht. Aan Utrechtse zijde schrijft en tekent hij een lange bochtige schaardijck vanaf de Statenkrib naar beneden. De Rijn probeert duidelijk de bocht verder uit te duwen, een normaal proces in een meanderende rivier. De waard aan Betuwse zijde wordt steeds groter en dat is op de kaart van Isaac goed te zien. Van binnen naar buiten tekent hij eerst de dijk, daarlangs een strang, dan Des Graaff van Culemborgs Bouweerden op Reeckum met hierin drie strangen, dan de zomerdijk en dan buitendijks de Weeshuisweert en een groot sandt.
De waard op Reeckum van de graaf noemt hij dus bouweerd, dat was dus al akkerland, dus dat overstroomde nauwelijk meer. Op de bouweerd van de graaf tekent hij twee huizen. Eentje bovenstrooms van Crijnen, maar ook eentje benedenstrooms vlakbij de sluis. Dat laatste is opvallend, want het benedenstroomse deel van een waard is lager en natter. Kortom: dit was een goede waard, hoog en droog, je kon erop wonen en je kon hem als akkerland gebruiken. De weeshuisweert ligt buitendijks en zal weiland geweest zijn (hij tekent geen wilgen), en het grote zand was nog kaal en groeide verder aan.
In de dijk langs deze waard, bij de huizen In Reeckum en De Goiert, tekent hij een vingerling en een wiel. Na deze waard begint de schaardijk van Culemborg. Laat ik eerst eens dit eerste stuk verder volgen in de tijd – anders kom ik in de war en jij dus ook.
Redichem
1559 Redichemse waard

Een van de oudste kaarten in deze serie is van deze waard. In het archief heeft de kaart als titel: caerte van der grootte ende van ’t gelech van eenen bongaert gelegen op Redichemerweert die Gherit van Culenborch Melchiersss in erfpacht besit, 21 mei 1559. De maker is Jan Willemsz, landmeter van Utrecht. Het zijn twee kaartjes en die zitten aan elkaar geplakt zo te zien. De linker lijkt een klad voor het rechtere kaartje. Op het rechterkaartje zie ik een veelhoekig stuk land met daarin die kade en een huis met schoorsteen. Op de schets staat aangegeven hoe groot alles is – maar dat ga ik nu niet nameten, er staat bovendien dat het gemeten is in Culemborgse maet. Rondom het land paaltjes – een tuin – en aan een kant een rij bomen. Helaas geen windroos en ook geen aanwijzing waar de Rijn ligt. De tekst is 463 jaar geleden geschreven en zonder enig probleem te lezen:
Ick Jan Willemsz geswoeren lantmeter der stadt van Utrecht certificere mits desen dat ick ter begeerte van Jan van Cuijck Henrix ende Reutum des graeffschaps van Culenborch gemeten hebbe eenen bongaert gelegen op Redinchemerweert. Welcken bongaert als mij geseijt is Gerijt van Culenborch Melchiorsz in erfpacht besitten is, ende is t gelech vanden selven bongaert alsoe bevonden, als dese caerte die ick daervan getoegen hebbe vuijtwijst, ende is den selven bongaert groot bevonden binnen zijnen tuijnen alsoe die op huijden date van desen betuijnt ende beheijnt lach eenen mergen ende drie ende vijftoch roeden Culemborchsche maete. Die uirconde heb ick in mijnen naem ende gewoenlic hanttencken hier onder gestelt den XIe dach van Meije anno XV-c negen ende vijftich.
Kan ik terugvinden waar deze boomgaard heeft gelegen? Zo ongeveer wel.
1924
Ik pak topotijdreis erbij en probeer de kaart terug te vinden. In 1924 is de waard nog helemaal herkenbaar: het bouwhuis, de weg daarheen, de sluis benedenstrooms. Alleen het huis van Crijnen is weg. Geen enkel probleem om de (ook dan al bijna 400 jaar oude) kaart terug te vinden. Mooi hoor.

Nu

Weg waard. Maar niet helemaal: het bouwhuis, de kade daarnaartoe en de plek van de sluis of duiker liggen er nog.
Fietsen op de kaart van Reuvens uit 1870
Ik wil natuurlijk de kaart van 1559 affietsen, die op de kaart van Reuvens nog best herkenbaar is. Ik mag er helaas niet komen. Sowieso heb ik daar geen foto’s gemaakt.
Reuvens tekent verder op de kop van de Redichemsche Waard een peilsteen, en op de staart geeft hij aan dat daar het Oude Veer is. De peilsteen is weg, daar heb ik goed naar gezocht. De peilschaal staat er nog wel.


Reuvens schrijft benedenstrooms van deze waard het Oude Veer. Dat heeft zijn naam behouden in een woonhuis daar.
Ik heb eerlijk gezegd geen foto gemaakt van de Redichemse Waard. Raar, misschien zijn ze wel verdwenen van mijn mobiel omdat al die fotos er zo hetzelfde uitzien: waard, wilg, weg. Hier een foto van google streetview van het weggetje naar het bouwhuis dat in 1559 al op de kaart staat:

De Lazaruswaarden
Ik fiets verder langs de Lazaruswaarden bij Culemborg. In 1671 noemt Isaac van Geelkercken dit Bleijckweert: hier werd de witte was gebleekt. Mij vallen de ruggen in de waard op. Maar op de foto zie je niets. In de verte de spoorbrug. Waarom die rare naam Lazaruswaarden? Dat heeft te maken met een huis voor melaatsen dat hier stond: dat heette een Lazerij of St Lazarushuis.

Op het AHN zijn die ruggen wel goed te zien:

En dus ook als je over de dijk fietst. Als je kijkt tenminste, je kunt ook genieten zonder te kijken.
Culemborg
En dan zijn we in Culemborg: de ligging van Culemborg aan de Meer en de Lek, en de verzanding van de buitenbocht is een super interessant verhaal dat ik hier even oversla. Ik kijk in dit artikel alleen naar de uiterwaarden en de haven.
Culemborg ligt op de zuidoever van de Rijn in een buitenbocht met een steile oever. Dat lijkt ideaal voor een haven, maar dat viel tegen.
De ligging van Culemborg
Veel Nederlandse steden liggen in een buitenbocht van een rivier, want dan kun je langs de steile hoge oever een haven maken. Maar de haven van Culemborg verzandt in de 16de eeuw en er liggen zandbanken in deze buitenbocht. Hoe kan dat? Dat is tegen de theorie over meanderende rivieren: buitenbochten behoren steeds groter te worden en binnenbochten horen aan te groeien. Ik puzzel. De stad is ontstaan waar de Meer uitmondde in de Lek. Ik vermoed dat de Meer steeds minder water te verwerken kreeg, want uiteindelijk draaide de stroomrichting zich om en stroomde alles naar de Linge. Is dat de reden van de verzanding van de haven van Culemborg? Hij spoelde niet meer door? Dat zou kunnen.
1575

Hier een kaart uit 1575 van Culemborg. We zien onderaan Culemborg met voor de stad in de Lek een zandbank met een kil tussen de zandbank en de stad. Zo’n zandbank is uiteraard dodelijk voor de haven bij de stad. Culemborg heeft geprobeerd deze kil uit te graven en zo een kanaal langs de haven te maken: de Kleine Lek, maar uiteindelijk is dat niet gelukt. De zandbank is aan de oever vast gegroeid, en Culemborg schoof een eindje op richting de rivier.
1650

Het noorden is onder. We zien links de veerstoepen van het veer bij Culemborg. Rechts de schaardijk bij t Spoel. Voor de stad in de buitenbocht ligt een zeer grote uiterwaard.
1662 het kaartboek van Isaac van Geelkercken

Dit is precies dezelfde kaart als de vorige!
Isaac levert weer een topprestatie. De stad tekent ook hij niet, wel de haven en het veer. Benedenstrooms daarvan een oever die afkalft en met kribben in toom wordt gehouden. Dat werkt blijkbaar wel, want tussen de kribben liggen rijsweerden en zand. Hij tekent ook de Hanck van Culemborch. Het woordt hanck gebruikt hij voor een oude rivierbedding. Een kwelstroom zou hij strang noemen. Mij lijkt het ook logisch als dit de oude mond van de Meer zou zijn overigens, maar misschien wist hij daar niets van. Hij tekent ook in dat een krib verlengd moet worden.
1670 De 10-meterkaart van Isaac van Geelkercken
Elke keer als ik deze 10-meterkaart van Isaac van Geelkercken bekijk, is er zo weer een uur voorbij. Ik heb hem, samen met een groep studenten uit Delft, ook in het echt mogen zien. Dat was een superochtend. Deze kaart moet je echt in het archief opzoeken, zie de link onder het kaartje; je kunt eindeloos inzoomen. Hij is 10-meter lang, en aan zo’n knipseltje van mij heb je helemaal niets.

Ik lees Galgevelt tussen de sluis beneden de Redichemsewaard en de Bleijckweert. Lekker dan, bleek je je lakens net benedenstrooms van de galgen met rottende lijken. Dan het kasteel en de stadt Culenborg, met een brede gracht omgeven, en vooruitgeschoven de waard in. Net beneden de stad de haven. Tussen de stad en de Lek de oude Leck, de steenovensweert en het veer. De oever is hetzelfde als in 1662: kribbetjes, zand, water, wilgen. De buitenbocht eindigt bij Aent Spoel.
1754-1786 – Derk Verrijk

Derk Verrijk tekent tussen 1754 en 1786 Culemborg vanaf een boot. Maar de kerk lijkt er niet op. Het veer ligt aan de bovenstroomse kant van de stad. Hmm, klopt dit wel?

Christian Schurer tekent in 1861 Culemborg herkenbaar. Ik kijk naar het water: een zandbank, een middenwaard (links) met struiken, vooraan stootoever – wat zouden dat voor planten zijn? – en rechts de gierpont.
1870 – Reuvens

Reuvens schrijft Kuilenborg en dat lees ik vaker. De naam zou dan ook betekenen de burcht bij de kuil. Ik lees dan ook dat de stad bij een wiel is ontstaan. Maar dat kan niet: wielen zijn ontstaan door het doorbreken van de bandijk, de bandijk is gelegd in de 13de eeuw, en Kuilenborg is ouder. Een kuil kan natuurlijk wel, maar geen wiel.
Reuvens tekent bij Culemborg de stad met de grachten en de haven, een houten en een stenen peilschaal en een peilsteen bij het veerhuis. De veerpont is een gierpont met maar liefst 7 bootjes. Ook tekent hij een dijkmagazijn.
En ik weet toevallig dat er nog meer moois te vinden is dus ik fiets naar Culemborg.
Nu
De bandijk loopt tussen de haven en de stad, en ter plekke is een dubbele supercoupure gemaakt van wel 2 meter hoog. Ik vraag me af hoe vaak die wordt dichtgezet.

Hier een deel van Culemborg op het AHN waar je de uitstulping in de dijk bij de stad mooi kunt zien. De veerpont is nog steeds een gierpont, nu met drie bootjes.

Drie hoogtepunten bij elkaar bij het veer. De linkerhelft van het rode huis is de Wachtkamer der Stoombooten. Rechts van het rode huis een huisje met de Rijkspeilschaal. Terecht een rijksmonument. Rechts daarvan een waterpomp die wel een opknappertje kan gebruiken.

Maar de stenen en peilschalen die Reuvens intekent kan ik niet vinden.
Peilschaalhuisje
Er zijn nog een paar peilschaalhuisjes in Nederland, allemaal rijksmonumentjes. In een peilschaalhuisje stond een instrument dat automatisch de waterhoogte mat. Het instrument lijkt op zo’n ding die aardbevingen registreert. Er is nog maar een peilschaalhuisje in Nederland met zo’n werkend instrument – bij Herwijnen, maar er zijn nog wel een paar huisjes over. Zoals deze in Culemborg. Het is nu onderdeel van een woonhuis.
Meer over peilschaalhuisjes in Nederland



Haven
Ik zoek de peilschalen op en geniet van de haven. En van koffie bij een pipowagen bij het veer.





Baarsem
Maar de waard is hiermee nog niet ten einde: de staart ligt immers bij t Spoel, zie de kaart van Isaac uit 1671. Ik fiets dus nog even door en steek de spoorweg over. De peilschaal die Reuvens tekent staat er nog (opvolger), en ik geniet van de beeldengroep ter herinnering aan het hoge water in 1994-1995.


Everdingen
Ach, en nou ik hier toch ben fiets ik maar even door naar Everdingen. Waar ik vooral van het smeedijzerwerk geniet.






Uiteindelijk kom ik op de Diefdijk, grens van Gelderland. Daar houdt het kaartboek van Reuvens op.
Alle voormalige zijbeken van de Rijn op de zuidoever:
- Lake bij Lakemond – bij nader inzien denk ik dat die een tak was die naar de Linge stroomde. Lakemond zou dan aan de bovenmond liggen.
- Zoel bij Zoelmond
- naamloos bij Maurik
- naamloos bij Beusichem
- De Meer bij Culemborg
Inmiddels stroomt geen van deze beken meer naar de Rijn of Lek. En veel is er niet over te vinden, zelfs niet over De Meer. Bestonden ze wel?
Tijd om de noordoever weer op te zoeken: we gaan naar de Steenwaard.




