Een stuwwal is opgestroopte ondergrond rond een ijskap. Stuwwallen kunnen alleen ontstaan als een dikke ijskap op slappe grond ligt en daarin kan weg zakken. Het ontstaan van een stuwwal is dus typisch Nederlands.
Stuwwallen zijn een van de landvormen die zijn ontstaan in het Saalien, de voorlaatste ijstijd. IJstongen schuiven vooruit, blijven liggen, worden honderden meters dikke ijslobben die tientallen meters weg zakken in de losse ondergrond. Dat materiaal moet ergens heen en glijdt onder het ijs weg, opzij en naar voren, honderden meters omhoog tot hoge wallen rond de lobben van het ijs. Honderden meters omhoog, het klinkt ongelooflijk maar is waar.

In gebieden met een harde ondergrond liggen geen stuwwallen.
Er is niet eens een goed Engels woord voor. Er bestaat een term push-moraine, maar die term klopt niet want een morene bestaat uit rommel dat door de ijstongen is meegenomen van elders terwijl stuwwallen bestaan uit lokaal materiaal dat omhoog is geperst. Wij noemen dat keileem. Een stuwwal is geen keileem.
In oudere literatuur werd verteld dat de ijstong als een soort bulldozer materiaal voor zich uit schoof. Dat idee is inmiddels achterhaald. De ijstong bulldozerde niet, maar werd dikker en zwaarder, zakte in de ondergrond weg en perste de ondergrond onder zich uit. Dat bulldozeren hoort bij keileem.
De stuwwallen zijn uniek; denk niet dat overal in Europa stuwwallen liggen, nee dat is helemaal niet het geval. Stuwwallen ontstaan namelijk alleen onder heel specifieke omstandigheden. Zo moet de ondergrond bestaan uit zand en klei, nou dat heb je hier genoeg. Het moet lekker kunnen schuiven: klei is een glijlaag.
In Duitsland komen net als bij ons verschillende rijen stuwwallen voor. De Niederrheinische Hohenzug is een voortzetting van de Gelderse stuwwallenrij. De Hezinger Stuwwal in Twente zet zich voort in Duitsland als Rehburger IJsrand. Bij ons is dat de Gaasterland IJsrand. En in noord Duitsland ligt de stuwwallenrij van de laatste ijstijd waarbij het ijs niet Nederland maar Duitsland wel bereikte, de Lunenburgse Heide.
Waar liggen stuwwallen in Nederland?
Stuwwallen liggen in een baan door midden Nederland: Overijssel, Gelderland, Utrecht en Noord-Holland. Deze rij is ongeveer 120.000 jaar oud. Op de Veluwe liggen zes stuwwallen, de Utrechtse Heuvelrug is er eentje, net als Berg en Dal en Montferland. Ook de Sallandse Heuvelrug, Delden en de Heuvelrug bij Ootmarsum en Oldenzaal in Twente zijn stuwwallen. De overige ijstijdbulten in noord Nederland zijn geen stuwwallen, maar in toeristische boekjes worden veel ijstijdbulten wel zo genoemd.
NB: Dit vinden sommigen lastig te accepteren: hun geliefde Gaasterland, Vollenhove, Hoge berg op Texel, Steenwijker Heuvelland mag geen stuwwal heten? Het gaat echter om het laatste landvormende proces. Bij Steenwijk liggen drumlins, dat zijn vervormde keileembulten met misschien een kern van stuwwal.
De stuwwallen liggen er nog net zo als toen ze ontstonden, alleen is West-Nederland weggezakt en bedekt onder dikke lagen sediment en is de strook in het oosten afgesleten en grotendeels weggeërodeerd. Fascinerend dat honderden meters onder Alkmaar een hoge stuwwal ligt. De Muiderberg bij Amsterdam is het topje van een hoge stuwwal dat nog net boven ‘water’ steekt.

Hoe herken je stuwwallen?
Stuwwallen zijn bijna allemaal natuurgebied: naaldbos, hei, zand. Maar niet alle natuurgebieden zijn stuwwallen.
Het kenmerk van een stuwwal is dat oorspronkelijk bodemmateriaal door ijs opzij en over elkaar heen is geperst. Als je een stuwwal doorsnijdt, zie je schubben. Dat zie je dus alleen bij de aanleg van een nieuwe weg, kanaal, spoorlijn. Geologen gaan dan uit hun dak: bulten blijken al of niet gestuwd te zijn, discussies laaien op. De geologische kaart wordt opnieuw getekend.

Van boven lijken stuwwallen net een groot golfplaatdak. Dat komt omdat de schubben verschillen in hoeveelheid grind, klei, zand of leem. Een schub met veel grind steekt nu, na 120.000 jaar erosie, uit boven een schub met meer klei. Wandelaars herkennen dat het pad afwisselend mul zand en stevig grind is, als je tenminste precies de golfplaat kruist. Leemgroeves, ijzerkuilen en grindgroeves zijn aan bepaalde banen gebonden. Met name ijzerkuilen liggen op honderden meters lange rijen.
Zie je hunebedgrote stenen? Dan is het geen stuwwal maar keileem. Want een stuwwal bestaat uit lokaal materiaal dat is afgezet door de rivieren en de zee. Dat materiaal is omhoog geperst, scheefgesteld en geplooid. Het kan natuurlijk best dat het keileem ouder is en later is gestuwd, of dat het jonger is en op een stuwwal is blijven liggen.
De stuwwallen liggen niet netjes op een rijtje. Ze zijn geplet tussen ijstongen waarbij ze samengedrukt zijn, ze zijn met elkaar in botsing gekomen als ijstongen opzij uitgroeiden en de stuwwallen in de verdrukking kwamen, en sommige zijn zelfs verplaatst.
Op sommige plekken breekt het uitbreidende ijs dwars door zijn eigen stuwwal heen en dan ontstaat een groot doorbraakdal, die ik een ijstongbres noem. Hiervan ligt er eentje in Nederland: de Rossummerpoort in Twente.
En de rest?
Alle andere bulten zijn geen stuwwallen. Het zijn wel ijstijdrelicten, en sommige zullen vast wel als stuwwal omhoog zijn geperst. Maar wat nu te zien is, zijn drumlins, eskers en dat zijn andere verhalen. Of het zijn nooit stuwwallen geweest maar dumpmorenes, en ook dat is een ander verhaal dat ik nog moet uitwerken. De Hondsrug is onder ijs ontstaan en is een verzameling megaflutes.
Elders in Europa
Deze kaart toont de ijsrandrelicten in Europa, maar dat zijn beslist niet allemaal stuwwallen.

De ijsrandrelicten op deze kaart zijn dus niet perse stuwwallen. De Nederlandse stuwwallen zijn typisch Nederlands/NW-Duitsland en uniek in de wereld.
Topboektip
Dit is een deel in de serie Het verhaal van Nederland