Op de Veluwe zijn de watermolens bovenslag, dat wil zeggen dat het water bovenop het waterrad valt. Die molens zijn geschikt voor snelstromende beken met niet teveel water. Bij het waterrad heb je minstens een meter waterhoogte nodig. Molenaars hadden een slim systeem bedacht dat we een molenbeek noemen. Lees met me mee.

Laten we eens kijken naar het hele systeem van de molenbeek. De volgende tekening laat de diverse onderdelen zien. Van boven naar beneden zijn dat:

  • de sprengkop
  • de spreng
  • de opgeleide molengoot
  • de bovenslag watermolen
  • de laak of beek

De spreng

Waarom werden sprengen gegraven

Een spreng is een gegraven bovenstroom van een beek met als doel meer water beneden in de beek te krijgen.

De meeste sprengen zijn gegraven in de 16de of 17de eeuw, met schop en kruiwagen, om een watermolen benedenstrooms van voldoende water te voorzien. Daartoe zochten de gravers de richting van waterstroompjes in een beekdal op en groeven dan verder achterwaarts en zo diep dat het grondwater de spreng in ging stromen. Ook zijstroompjes werden achterwaarts uitgegraven. Ze groeven net zo lang en net zo ver door tot de beek voldoende water had voor de molen verder beneden. 

Andere sprengen zijn gegraven om grote tuinen van landgoederen op de Veluwe te verfraaien tot kleine Zwiterse paradijsjes vol waterwerkjes en rotspartijen.

De spreng moest uiteraard ondoorlatend zijn en werd zo nodig bekleed met leem. De spreng hoorde bij een molen, en die molenaar onderhield zelf zijn spreng. Kwam er niet voldoende water in de spreng, dan kon hij zijsprengen graven om te proberen meer water aan te trekken. Als er meerdere molens naast elkaar in een beekdal staan, heeft elke molen zijn eigen sprengenstelsel. Molens stonden vaak boven elkaar en maakten dan gebruik van hetzelfde sprengenstelsel.

De sprengkop

Het hoogste punt van de spreng, de bron zeg maar, heet de sprengkop. Dit is vaak een ronde kom, een klein vijvertje, waar de spreng begint. De steile hellingen zijn beschoeid om inzakken te voorkomen. De eerste foto toont een vervallen sprengkop van de Seelbeek bij Heveadorp. 

De Beek op Warnsborn heeft wel een mooie sprengkop.

De Beekhuizerbeek heeft de grootste die ik ken:

De Quadenoordse Molenbeek in het Renkums Beekdal heeft een dubbele kop. Op de volgende foto te zien als een V onder het pad waar de auto’s staan: gewoonlijk staan daar nooit auto’s maar vrijwilligers waren daar de sprengkop aan het schoonmaken en iemand maakte een foto met een drone.

Waar komen sprengen voor

Sprengen zijn typisch voor de zuid- en oostrand van de Veluwe. Maar ook op de Utrechtse Heuvelrug zijn er een paar, net als bij Ootmarsum en in Montferland. De stelsels in het zuiden en oosten van de Veluwe zijn indrukwekkend groot, diep en complex met vele zijtakken. Aan de zuidrand bijvoorbeeld in het Renkums Beekdal en het Heelsums Beekdal. De oostkant van de Veluwe is kampioen met uitgestrekte sprengenstelsels bij Eerbeek en bij Loenen, Epe, Vaassen, Apeldoorn en Ugchelen. Ik moet er niet aan denken dat ik dat zou moeten graven met schop en kruiwagen. Ik vermoed dat de gravers er tientallen jaren aan gewerkt hebben, misschien elk jaar een tiental meters in het seizoen waarin ander werk stil lag. Maar niet in de winter als de grond bevroren is. Wat een klus. De stelsels werden onderhouden zolang de watermolens nuttig waren. Rond het begin van de 20ste eeuwen raakten ze in verval.

De molengoot of levada

Ik weet dat met molengoot meestal het houten deel wordt genoemd vlak voor de molen, maar ik pak nu een ruimer begrip: de opgeleide goot langs de helling. 

Met het graven van sprengen heeft een molenaar weliswaar meer water in de beek gekregen, maar nog geen waterhoogte voor een bovenslagmolen. Daar hadden ze op de Veluwe iets slims op bedacht: ze maakten goten tegen de helling aan weerszijden van het dal en hielden zo het water hoog. Deze goot werd goed met leem bekleed en glad gemaakt en zo horizontaal mogelijk gehouden om zo boven de molen uit te komen.

We gaan naar Madeira om levadas te bekijken, maar we hebben ze hier dus ook.

Bekijk op bol een geweldig boek over beken en sprengen op de Veluwe.

De wijer

Om een continue watertoevoer te garanderen is het handig om boven de molen een meertje te maken, een verbreding van de beek dus, een wijer. Die fungeert als buffer zodat het waterrad in hetzelfde tempo door blijft draaien. Slim bedacht. Nu is een wijer met een waterval eronder vaak het enige waaraan je kunt zien dat er vroeger een watermolen heeft gestaan.

Een wijer was handig voor molens die niet altijd draaiden en die veel kracht nodig hadden. ’s Nachts kon de wijer gevuld worden, en overdag werd dan gedraaid.

De molen: bovenslag of halverad

Bij de waterval loopt het kanaal in een houten goot op poten. Het waterrad staat daar onder. Wil je de molen laten draaien, zet je een schuif open tot het water precies op de schoepen van het rad valt, en ziedaar, het rad draait en dus ook de machine in je werkplaats.

Verder naar beneden

Beneden de molen was de molenaar niet meer geïnteresseerd in het water. Hij liet het water weglopen naar het beekdal. Als er een molen verder benedenstrooms stond, ving die molenaar het water vlak onder de molen op om de hoogte te houden en maakte verder naar beneden weer een opgeleide molengoot.

Worden deze watermolens nog gebruikt?

Zo slim, zo duurzaam, zo CO2 neutraal. Is het een idee om dit soort molens weer in gebruik te nemen? Niet om een toeristisch plekje op te leuken, maar om iets nuttigs mee te doen? Om in elk geval het café naast de molen van stroom mee te voorzien. Het lijkt me fantastisch.

Onderslagmolens

Op de Veluwe waren er zowel bovenslagmolens als ook een aantal halveradsmolens waarbij het water halverwege het rad viel. Een totaal ander systeem is dat van de onderslagmolen.

Onderslagmolens vinden we vooral in vlakke brede beken die langzaam stromen. Onderslagmolens hadden baat bij sprengen (= meer water), maar hadden geen opgeleide goten nodig natuurlijk.

Uit Twente ken ik de grote onderslagmolens zoals bij Singraven, maar ook de molen in Velp en de Nijenbeker molen bij Voorst waren onderslagmolens. En waarschijnlijk waren er veel meer; ze lagen benedenstrooms dichtbij de rivier.

Alle afbeeldingen

  • Sprengkop in Mariendaal slijpbeek
  • Sprengkop van de Seelbeek
  • Sprengkop Beek op Warnsborn
  • Sprengkop Beekhuizerbeek
  • spreng en molenbeek
  • Plasmolen
  • Ruitersmolen Oudebeek
  • Quadenoordse molen
  • Plasmolenbeek
  • Hartensemolenbeek
  • Slijpbeek