In de 18de eeuw wilde Willem Bentinck, zoon van de eigenaresse van kasteel Doorwerth met een poldermolen een buitenpolder maken in de uiterwaard van Doorwerth langs de Rijn.
Dat blijkt uit een brief van 1741 van Willem Bentinck aan zijn moeder, een brief die door Hella Haasse wordt aangehaald in haar boek over die moeder, mevrouw Bentinck:
Ik ben sinds enige dagen in Doorwerth en geniet van het warmere weer en van de schoonheid van deze plek en van het omringende land. Als ik klaar ben met mijn zakelijke besognes hier, wil ik nog een week blijven, louter voor mijn genoegen. Ik ben van plan een watermolen te laten bouwen om de weiden rondom Doorwerth te draineren, die goed droog waren voor het Rijnkanaal werd aangelegd, maar nu steeds onderlopen vanuit de verschillende beken die in de heuvels ontspringen. Op die manier hoop ik een flink aantal vierkante mijlen uitstekend grasland te winnen.
Het Rijnkanaal! Dat moet wel het Pannerdensch Kanaal zijn, want dat werd in 1714 geopend.
Ik heb me suf gezocht in het archief naar deze brief van Willem aan zijn moeder. Ik heb wel brieven van hem aan zijn moeder gevonden, zelfs uit 1741, maar deze zat er niet tussen. Zou Hella hem mee naar huis hebben genomen en vergeten terug te brengen?
1714: Het Pannerdensch Kanaal
Hier de situatie. In lichtblauw de Rijn en de Waal voordat ze begonnen te knutselen. Een heel stuk van wat wij nu Rijn noemen, hoorde toen dus bij de Waal. De Rijn liep veel noordelijker langs Babberich en Zevenaar.

De donkerblauwe lijn is het Pannerdensch Kanaal. Op het splitsingspunt bij fort Pannerden maakten ze een monstergrote krib die het water verdeelde tussen de Waal en dit kanaal. Dat waren gigantische ingenieurswerken, en het is onvoorstelbaar hoe ze dat in die tijd zonder bulldozers en alleen met handkracht voor elkaar hebben gekregen. Het is een veel groter verhaal dan dit, en ik kik om te lezen hoe benedenstroomse steden langs de Waal het er helemaal niet mee eens waren dat de Waal minder en de Rijn meer water te verstouwen kreeg, en daarom dit Pannerdensch Kanaal aanvankelijk alleen klein als verdedigingslinie werd uitgevoerd. Tot het water zelf de barrière wegspoelde en er ineens een schip doorheen voer. Het eerste schip in het Pannerdensch Kanaal, ‘hee waar kom jij vandaan?’ Men denkt dat de ingenieurs stiekem het zo hebben ontworpen dat dit zou gebeuren en toen hun handen wasten in onschuld.
Hier nogmaals hetzelfde plaatje maar dan op opentopo zodat ook Duitsland te zien is (die kaart is niet meer open). In lichtblauw de Rijn en de Waal die van de Rijn aftakt bij de onderste rode stip Fort Schenckenschans. Daar rechts van het voorstel van Isaac van Geelkercken die de meander in de Rijn bij Spijk wou afsnijden. Zwak punt in zijn verhaal is dat de Rijn daar nog door Duitsland stroomt, maar hij was landmeter en geen politicus.

Het Pannerdensch Kanaal heb ik donkerblauw getekend. De linker rode stip op het huidige splitsingspunt is Fort Pannerden. Nogmaals hier kun je op promoveren, en ik ga hier verder niet op in maar keer terug naar onze Rijn beneden Arnhem. Want dat Pannerdens Kanaal had natuurlijk gevolgen voor onze Rijn.
Wist je dat de Rijn vanaf het punt waar het Pannerdens kanaal erbij komt Nederrijn heet? Ik blijf het onhandig vinden. In Duitsland heet het laagste stuk Niederrhein. Dus de rivier heet Rhein – Niederrhein – Bovenrijn – Bijlands kanaal – Bovenrijn – Pannerdens Kanaal – Nederrijn – Lek. Maar goed, het is allemaal hetzelfde water en ik noem het allemaal Rijn.
Doorwerth wordt nat
Nadat het Pannerdensch Kanaal was gegraven en het water zelf had besloten dat dit de hoofdstroom van de Rijn zou worden, stroomde er meer water door de Rijn en minder door de Waal. Dat was ook in Doorwerth te merken. De waard was natter dan vroeger en dat vindt Bentinck vervelend. Hij stelt dat het komt door de beekjes uit de stuwwallen, maar ik vermoed dat het grondwater is, want dat staat net zo hoog als in de Rijn ernaast. Dat vergt wat uitleg, daarover zo meer. Laten we eerst eens kijken waar Bentinck de molen wilde bouwen.
Bentinck noemt een watermolen, maar hij bedoelt een windmolen die water maalt: een poldermolen. In de Randstad noemen ze dat een watermolen, maar hier gebruiken we die term voor een molen waarbij de energie door water wordt opgewekt. Watermolens – windmolens. Bentinck heeft het in zijn brief over het droogmaken van de waard, dus hij bedoelt geen onderslagwatermolen om koren te malen of zoiets. Zoals deze onderslagmolen langs de IJssel bij Nijenbeeck:

Klinkenberg tekent in 1756 een windmolen in de Doorewaard, zoals de uiterwaard bij Doorwerth vroeger heette, maar ik heb nooit geloofd dat die daar inderdaad heeft gestaan. In de paarse cirkel de windmolen. Het noorden is boven, het kasteel staat er net niet op en ligt rechts buiten het kader. Heteren ligt tegenover de molen.

Is het logisch dat Bentinck daar een windmolen wil laten bouwen? Laten we eerst vaststellen dat deze molen op geen enkele andere kaart staat, en dat er ook geen fundamenten gevonden zijn. Ik vind het onlogisch. Daarvoor moeten we begrijpen hoe een polder in een uiterwaard werkt.
Een polder in een waard
Dit is ingewikkeld! Ik ga een strip maken.
Ik teken een waard langs de Rijn. De grondwaterstand in de waard is gelijk aan de waterhoogte in de Rijn. Als de Rijn snel stijgt of zakt is dat nog niet meteen zo, maar in een evenwichtssituatie wel.

Ik bouw een windmolen beneden in mijn waard.

Wat doet die molen? Die pompt water van rechts naar links, maar er gebeurt niks, want dat water wordt door de Rijn aangevuld. Deze molen heeft geen enkel effect op de grondwaterstand in mijn waard.

Ik moet een polder maken zodat mijn waard een eigen grondwaterstand heeft met stilstaand water. Dus ik bouw een dijk rondom mijn waard. Het is een dijk rondom de waard, maar ik teken tweedimensionaal: een bovendijk en een benedendijk.
Nu heb ik geen stromend water meer, het grondwater in mijn nieuwe polder is horizontaal en onafhankelijk van de Rijn. Op het laagste punt van mijn dijk maak ik een sluisje: een buis door de dijk en een klep beneden.

Het plaatje is wat overdreven in hoogte, maar ik hoop dat je het idee snapt. Als die bovendijk rechts ondoorlatend is, staat het water in de hele polder horizontaal en even hoog als de Rijn bij het uitstroompunt bij de benedendijk links. Maar die bovendijk is natuurlijk niet ondoorlatend, dus er gaat ook water onder de bovendijk door. Dat noemen we kwelwater en dat is niet te voorkomen.
Stel dat het hoogteverschil tussen de bovendijk en de benedendijk in de waard 50 cm is, dan staat het water bij de bovendijk 50 cm lager onder maaiveld. Zonder molen heb ik al 50 cm droogte gewonnen. Daar kun je wonen (op een terp) en daar kun je een akker aanleggen. De meeste waarden langs de Rijn volgen dit systeem: niks molen, maar een polder met beneden een sluisje – dat noemen we een buitenpolder = een buitendijkse rivierpolder. In die polder staat de grondwaterstand gelijk aan de Rijn benedenstrooms bij het sluisje. Bovenaan is het droger en zie je dus ook hier en daar huizen en akkertjes.
Maar goed, Bentinck woont gewoonlijk in de Randstad en is gewend aan poldermolens die polders leeg malen. Hij denkt dat je met zo’n molen ook een rivierpolder kunt ontwateren. Ik bouw een molen bij het sluisje op het laagste punt.

Stel dat mijn molen 40 cm water kan wegmalen, dan komt de waterstand in de polder links op 40 cm onder de Rijn te staan, en rechts zoveel lager als het hoogteverschil is tussen de bovendijk en de benedendijk. Ik had 50 cm aangenomen bij tekening 4: bovenaan wordt de grondwaterstand met molen dus 90 cm onder maaiveld, beneden 40. Het gevaar van kwel wordt wel veel groter. Die droge hoek bovenaan zal zwaar tegenvallen.
Misschien wist Bentinck dit allemaal niet. Hij was geen ingenieur maar graaf, en schreef zijn moeder over zijn plannetje. Daarna haalde hij een aannemer erbij en die vertelde hem dat hij beter dijken en een sluisje kon maken. Geen wonder dat de molen op geen enkele kaart (behalve Klinkenberg dus) staat. Er is geen enkele buitenpolder langs de Rijn waarbij een molen de polder drooghoudt Ze werken allemaal met dijkjes en een sluisje onderin. Ik vermoed dat Bentinck dat bij nader inzicht heeft gedaan.
Hier de Doorewaard in 1838 op de kaart van Goudriaan. Zo te zien heeft Bentinck de waard wel van een dijk voorzien, maar op twee plekken is die dijk in 1838 alweer verdwenen. De meest logische plek (want laagst) voor de sluis is bij mijn rondje links: daar gaat de leigraaf onder de dijk rond de waard door. Goudriaan tekent daar niks.

Op de rivierenkaart uit 1962 staat daar wel een houten sluis, midden bovenaan net onder de steilrand.

Niks molen. Waarom tekent Klinkenberg dan die molen? Tja, nu ga ik fantaseren, waarom? Ik denk omdat hij het vervelend zou vinden als zijn kaart binnen enkele jaren alweer verouderd zou zijn. Ik denk dat Bentinck in diezelfde tijd bezig was met zijn molenplannetje, en dat ze samen besloten hebben om die molen maar alvast in te tekenen. Kan dat? De brief van Bentinck is van 1741 en de kaart van Klinkenberg was klaar in 1756. Ja die twee kenden elkaar, kan niet missen.
Meer lezen over de Rijn en de uiterwaarden? Lees Het Verhaal van de Rijn. Liever een boek? In mijn boek Zandbanken in de Rijn duik ik in de Rijn die in de 17de eeuw opdroogde en hoe de Rekenkamer van Gelderland daarmee omging. Te koop als paperback en als eboek.

Mooi verhaal, Mathilde. Ik heb begrepen dat door het Pannerdens Kanaal ook een deel van Heteren is weggespoeld. De kerk staat daarom buitendijks op de kaart uit 1756. Nu staat alleen de oude toren nog buitendijks, de kerk staat los van de toren aan de binnendijkse kant.
Aha, dat is nieuw voor me en interessant. Dank je wel.
Hallo Mathilde,
je schrijft: OpenTopo is niet meer open. Dat is waar, alles wat een succes wordt verdwijnt op een gegeven moment achter een betaalmuur, zo lijkt het. De kaarten in de 800-serie (800 pixels per kilometer) zijn nog te downloaden van https://www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm – zolang als het duurt. Advies: download alle kaarten. Dat is heel veel werk, maar je hebt er nog jaren plezier van. Ze zijn bijgewerkt tot februari 2022 en nog prima bruikbaar voor jouw en mijn doeleinden. Hartelijke groet!
Dank voor de tip!