Steenwijk ligt in een bosrijk heuvelland. Klein maar bijzonder, want dit is noordelijkste glaciale bekken met stuwwallen eromheen van Nederland.
Heuvelland rond glaciaal bekken
Op mijn volgende tekening zien we in grijs het glaciale bekken van Steenwijk en in rood de ruggen van het heuvelland dat uit twee helften bestaat. Het geheel ligt op de Gaasterland ijsrand. De zuidrand van het heuvelland is scherp afgesleten door het oerstroomdal (het dal van de smeltwaterrivier uit het Saalien).

De Steenwijker Vallei: glaciaal bekken
Het bekken ga ik vanaf nu de Steenwijker Vallei noemen. Deze vallei is bijzonder, want het is het enige glaciale bekken in Nederland op de Gaasterland ijsrand. De andere liggen allemaal zuidelijker en horen bij de grootste uitbreiding van het ijs in het Saalien.
In de Steenwijker Vallei heeft dus een ijstong gelegen. Toen het ijsfront een tijdje (tienduizend jaar of zo) stil lag, zakte dit ijs diep weg in de ondergrond en diepte zo de vallei uit. Het gebied is het Binnenveld (zuidelijke deel Gelderse Vallei) in het klein!

In de Steenwijker Vallei stroomt de Steenwijker Aa.

Het Steenwijker Heuvelland
Toen het ijs wegzakte in de ondergrond, perste het zand en grind van onder het ijs onderuit omhoog en vormden zich stuwwallen rond de voet van het ijs. Dat is de aanzet voor de heuvelrug. Vervolgens groeide het ijs uit en brak door de stuwwallen heen en ging op weg naar de Gelderse Vallei. Meer hierover in het artikel over landvormen uit het Saalien.

Drumlins
De stuwwallen zijn, toen het ijs verder trok, versmeerd tot drumlins, en hier vertel ik daar meer over. Op de geomorfologische kaart op DINOloket staan ze niet als drumlins aangegeven, en wordt dit een stuwwal genoemd. Maar ik volg het boek van Jongmans, en die stelt dat dit een eindmorene is waaroverheen ijs is gewalst zodat de morene is uitgesmeerd en vervormd tot drumlins. Op de bodemkaart en geologische kaart staat dit als keileem vermeld en dat komt hiermee overeen. Maar mensen hebben nou eenmaal liever een stuwwal in de achtertuin dan een keileembult.
Tussen de drumlins liggen dalen en samen is het net een golfplaat. De dalen staan op de geomorfologische kaart als droogdalen aangegeven, en ook daarin ga ik (en Jongmans) niet mee: droogdalen zijn ontstaan in het Weichselien. Deze dalen en ruggen bij Steenwijk zijn tegelijkertijd ontstaan. In een scriptie uit 2022 (RUG olv Theo Spek) staat dat de dalen zijn uitgesleten onder het ijsveld. Dat lijkt me logisch. Ook de rivieren de Tjonger, Linde en de Vledder Aa volgen deze richting.
Op wereldschaal doen deze drumlins niet mee, maar ze zijn wel bijzonder: de drumlins die wel meedoen in de wereldcategorie zijn piepjong, komen net onder ijs vandaan. De Steenwijkse drumlins zijn maar liefst 150.000 jaar oud, en hadden best een vermelding op de Wikipedia pagina over drumlins verdiend. Als oudste erkende drumlins.
Turend op de AHN tel ik tussen de Linde in het westen en de Oude Vaart in het oosten vijftien drumlins. Maar dat vergt nader onderzoek dat ik niet doe. Ik kijk gewoon naar hoogtelijnen.
De top van het Steenwijker Heuvelland is de Woldberg , top op 24 meter +NAP, 22 meter boven het dal.
Aan de oostkant van de Steenwijker Aa ligt de Steenwijkerkamp en het gebied van de Havelteberg. Maar de drumlins zijn aan deze kant minder duidelijk.

De ruggen zijn in hoogte, behalve die met de Woldberg, niet indrukwekkend, maar het hele heuvelland is wel goed zichtbaar te midden van het veen. Vroeger meer dan nu, want wij zijn kampioen landvormen uitgummen. Vroeger maakte men veel slimmer gebruik van de kansen van het land dan wij nu doen: we ontwateren, veranderen de grond, brengen zand op, graven af, en weg zijn de bijzondere landvormen. Oude boerderijen en dorpen zijn precies op de droge stevige zandruggen gebouwd. Oude wegen volgen de kammen. De spoorweg en de A32 volgen de waterscheiding zodat er zo min mogelijk gegraven of opgehoogd hoefde te worden – dat het leuk zou zijn de A32 juist op en nee te laten golven zodat de ruggen beleefbaar worden, is niet bij Rijkswaterstaat opgekomen. De watertoren van Steenwijkerwold staat ook hoog bovenop een rug.
Holtingerveld
In het Weichselien, de laatste ijstijd, was ons land koud, kaal en droog. De westenwind woei zand op uit de droge rivierbedding van de Steenwijker Aa en legde dat tegen de helling van de Havelterberg neer. Later is ook dit zand plaatselijk verstoven en zijn uitblazingskommen en duinen ontstaan. In de uitblazingskommen is veen gaan groeien. Dit complex is nu het schitterende Holtingerveld.

Het Verhaal
- In de kom van de Steenwijker Aa lag op een zeker moment in het Saalien een ijstong. Deze zakte tot 15 meter in de grond (de Pleistocene bodem van de kom ligt dus 15 meter lager dan het huidig maaiveld). Het materiaal dat in die kom lag werd omhoog van onder het ijs vandaan geperst en tot kleine stuwwalletjes vervormd rondom de rand van het ijsveld. Dit is het eerste ontstaan van dit Steenwijker Heuvelland: glaciaal bekken met stuwwalletjes eromheen.
- Het stilliggende ijsveld verzamelde eindmorene aan de voet van de gletsjertong – dat is normaal: een gletsjer stroomt en smelt, en aan de voet komt alle troep terecht die de gletsjer meeneemt. De stuwwalletjes werden door een tiental meters dikke laag keileem bedekt.
- Vervolgens groeide het ijs verder aan en werd de eindmorene door ijs overwalst. Het ijs brak door de morenestuwwal heen.
- De moreneruggen werden versmeerd in de richting van het uitbreidende ijs, naar het zuidwesten dus en werden vervormd tot drumlins. Tussen de ruggen hielpen beken smeltwater af te voeren, nu de vier Reunes.
- In de laatste ijstijd, het Weichselien, werd de kom en alle andere dalen opgevuld met dekzand, met name in het oosten bleef dit liggen tegen de hoge Havelterberg aan. Hier en daar verstoof dit dekzand tot duinen met daartussen uitblazingskommen. Dat dekzand + kommen + duinen is nu het Holtingerveld.
- Onder zeer specifieke omstandigheden zijn op het keileem in het Weichselien pingo’s ontstaan, waarvan we nu de ruïnes nog zien als pingokommen.
- In de Steentijd hebben mensen van de grote keien in de keileem hunebedden gemaakt.
- Tenslotte is het veen ontgonnen, ontwaterd, en zo deels verdwenen.
Beken
Tussen de ruggen van het heuvelland stromen beken. Aan de zuidhellingen stromen die naar het zuidwesten, en die horen bij het drumlincomplex, want zijn in aanleg tegelijk met de ruggen gevormd. De namen van de beken zijn wat verwarrend: Van oudsher werd hier een snel stromend watertje een reune genoemd en dus kom ik vier beken tegen die Reune heten: drie in het westelijke deel en eentje bij Havelte. De grootste reune is de Wheer; de naamgever van de Weerribben.
Raatakkers
Bij Basse zie ik op het AHN raatakkers, maar onderweg zien we daar niets van. Iets maalt rond in mijn hoofd, en pas na dagen weet ik wat het is: in scripties van de RUG over dit gebied, lees ik dat onbekend is hoe dik het veenpakket was. Dat de enige aanwijzing in het landschap de veldnaam ‘de Hare’ is, want een haar is een zandrug en als die een veldnaam heeft opgeleverd, stak hij dus boven het veen uit. De Haar is ca 2 m+NAP, 1 meter hoger dan de huidige veengronden. Maar deze raatakkers zijn ze daar in Groningen vergeten en leveren ook een aanwijzing op over de dikte van het veenpakket. Op AHN zien we bovenaan raatakkers liggen in het blauwe gebied, dat is op 1,70 m+NAP, minder dan een meter boven het huidige maaiveld in het veen. Die raatakkers zijn van rond het jaar nul, en die lagen op een zanderige helling en niet op veen – dus dik was dat veenpakket hier niet.

Veen
De Vallei groeide vol met veen. Dat is ontgonnen tot landbouwgrond en zijn nu weilanden, met als ontginnende kernen Wapserveen op de oostrand en Nijensleek op de westrand. Moet je eens kijken hoe mooi die kilometerslange lintdorpen daar nu nog liggen:

Ook is, op een kleinschaliger niveau, veen gaan groeien in de uitblazingskommen op het Holtingerveld. Deels is dat ook afgegraven, deels waren ze daarmee begonnen toen het natuurgebied werd:

Geologisch Monument
Tussen de spoorweg en de A32 ligt het geologisch monument Wolterholten. Het is daar zo mistig dat ik vergeet een foto te maken, maar ik geniet wel: keien die tevoorschijn zijn gekomen toen de A32 door de Woldberg werd gegraven, leemkuil, heemtuin, bankjes, leilinden en dat alles zorgvuldig met liefde onderhouden.
Steenwijk
Steenwijk ligt op de westhelling bij de nauwe doorgang van de Steenwijker Aa door de heuvelrug. Het is een oude stad met gracht en wallen. Hoe de gracht aan water kwam, is een bijzonder verhaal. Tijdens een stadswandeling zoeken we het uit.












Dag Mathilde,
Leuk te lezen over het gebied waar ik tussen 1980 en 1984 werkte aan onderhoud landschapselementen, zoals houtwallen in Paasloo.
Ik moet daar weer eens gaan fietsen.
Ik vond nog wat achtergrondinfo:
Landschapsgenese van Paasloo
Masterscriptie Martijn Hoekman
http://www.rug.nl/research/kenniscentrum-landschap/voor-studenten/masterscripties/2022-mascr-landschapsgenese-paasloo-m-hoekman.pdf
Stuwwal Steenwijk
Overzicht aardkundig erfgoedKaart: Aardkundig Erfgoed
https://kennis.cultureelerfgoed.nl/index.php/Aardkundig_erfgoed/Stuwwal_Steenwijk
Glaciale tongbekken van steenwijk
https://natuurtijdschriften.nl/pub/568357/GenH2010064003007.pdf
Met vriendelijke groet,
Albert Bos
Dank je wel! De scriptie van Martijn Hoekman ken ik, informatief.