landschap lopen

landschap lezen

Het verhaal van het Binnenveld

Het Binnenveld in 1655

GA 0306 252 0001

Het Binnenveld is het open gebied tussen Veenendaal, Ede, Wageningen en Rhenen. Het kent een roerige geschiedenis vol conflicten tussen Utrecht en Gelderland die vroeger gezworen vijanden waren – de grens tussen de twee loopt dwars door het Binnenveld. De conflicten gingen over water.

In dit verhaal lezen we over de geschiedenis van het waterbeheer in het Binnenveld met linkjes naar kortere artikelen die op een onderwerp ingaan. Ik heb een boek geschreven over het waterbeheer in het Binnenveld dat gebaseerd is op dit verhaal.

Het Binnenveld in het Saalien

Het Binnenveld is het zuidelijke deel van de Gelderse Vallei. Voor het Saalien, de voorlaatste ijstijd, bestonden de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe nog niet en dus ook niet de Vallei en ons Binnenveld. Deze streek was een delta van de Rijn en de Maas die hun eeuwige loop volgden naar de Noordzee in het noordwesten.

Het Saalien is echt de Grote IJstijd van Nederland waarin half Nederland onder honderden meters ijs bedekt lag. In Het verhaal van Nederland vertel ik meer hierover. Ook in de Gelderse Vallei lag een ijsveld met een lange tong naar het zuiden. Dit ijsveld zakte diep weg in de zachte afzettingen van de Maas. Die persten zich weg van onder het ijs vandaan en vormde rimpels rond en voor de ijstong. Dit zijn nu de stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug en Edese Heuvelrug. Het Binnenveld is het dal tussen deze twee stuwwallen.

Aan het eind van het Saalien begint het ijsveld te smelten. Maar het water kan niet weg: er liggen immers stuwwallen rond het ijs. Het water staat hoog tegen de stuwwallen aan en begint op de laagste plekken eroverheen te sijpelen. Op een gegeven moment breekt de hele stuwwal door, gutst het water erdoorheen en stroomt het meer leeg. Zo zijn de smeltwaterpoorten door de Utrechtse Heuvelrug zoals de Darthuizerpoort ontstaan. Ook het gat tussen de Grebbeberg en de Wageningse Berg is toen ontstaan. Ik noem dat de Valleipoort.

Het Binnenveld in het Eemien

Na het Saalien komt er een warmere tijd, het Eemien. In de Vallei zullen natte bossen gestaan hebben met wilg en els en er zullen dieren gelopen hebben. Er zullen mensen hebben geleefd die gejaagd hebben op die dieren en genoten hebben van de overvloed die de natuur hen gaf. Dit paradijs duurt ongeveer tienduizend jaar.

Het Binnenveld in het Weichselien

Dan wordt het weer snel kouder: de laatste ijstijd het Weichselien begint. Zo koud dat de plantenwereld verdwijnt. Gure winden waaien over de Vallei en zetten dikke lagen zand af. In het Binnenveld is die laag tot 10 meter dik. Op de hogere delen van de stuwwallen niet: daar ontstaan wel duinen, maar geen dikke lagen dekzand. Het gevolg is dat het hoogteverschil tussen de bodem van het dal en de top van de stuwwal ernaast vervaagt. Dat is jammer. Als die ijstijd er niet was geweest, hadden wij geen vlak land gehad.

Het Binnenveld in het Holoceen

Zo’n 12.000 jaar geleden wordt het weer geleidelijk warmer en begint het Holoceen. Bomen komen terug, mensen volgen hen. Geleidelijk aan wordt het voller in de Vallei. Laten we eens kijken hoe de Vallei eruit zag in de Middeleeuwen vlak voor de eerste dorpen en steden ontstaan.

Het Binnenveld in de 9de eeuw

De 9de en 10de eeuw is de periode vlak voordat mensen het land naar hun hand begonnen te zetten. Het natuurlijke land is het materiaal dat ze hadden om te bewerken, het lege canvas om te beschilderen. Hoe zag het Binnenveld eruit voor de mensen begonnen te ontginnen en landbouwen? Het was een dal met een groot hoogveenkussen, aan weerszijden de stuwwallen en op de helling dekzand. Beekjes waterden het Binnenveld af op de Rijn.

Het hoogveenkussen bij Veenendaal

Bij Veenendaal lag een groot en dik hoogveenkussen dat ver uitstak boven de omgeving. Het was de waterscheiding tussen de stroomgebieden van de Eem die naar de Zuiderzee stroomde en de Kromme Eem die naar de Rijn stroomde.

De Buurschappen

In het Binnenveld liggen acht buurschappen – als tenminste Veenendaal toen al bestond, daar ga ik even wel vanuit.

In het westen ligt van noord naar zuid Veenendaal en Rhenen. In het oosten ligt van noord naar zuid de Veentjes, de Doesburgerbuurt, Ede-Veldhuizen, Maanen, Bennekom en de Wageningse Buurt. Let wel, we hebben het nu over de tijd dat de stad Wageningen nog niet bestond en dat in Veenendaal nog niet naar veen werd gegraven.

Alle buurschappen hadden land op de stuwwal, op de helling en in het dal. Ze gebruikten alles. Op de stuwwal haalden ze hout, joegen ze op wild. Op de helling lagen de akkers. Lager in het dal lagen de weilanden en de hooilanden. En nog lager was het moerassige veengebied waar ze vast riet sneden en op bevers en otters jaagden. En op vis.

De beken

Het Binnenveld is volledig vergraven. Het is lastig te zien welke beken oorspronkelijk het gebied afwaterden. Eentje ervan is in elk geval de Kromme Eem. Kleinere beken in het oosten zijn de Hoekelumsebeek en de Nergenasebeek. Het zuidelijk deel van het veenkussen rond Veenendaal waterde ook af op de Rijn – het veenkussen was de waterscheiding tussen het noordelijke deel van de Gelderse Vallei en het Binnenveld. Dit zure veenwater kwam ook terecht in de Kromme Eem. Of er natuurlijke beken in het westen van het Binnenveld gelopen hebben, is me niet duidelijk geworden.

Irrigatie bij Bennekom

Boeren zijn en waren slim. Overal was water en dat gebruikten ze. Men denkt – dat was men 100 jaar lang vergeten – dat alle beken in Oost Nederland gebruikt zijn om te irrigeren. In Oost-Nederland kan dat, want dat is heuvelig gebied: beken stromen er naar beneden op de diepste plek van het dal. Men verlegde een beek, legde hem langs het dal met zo min mogelijk hoogteverlies, en irrigeerde de velden in het dal. Het kan ook in de Gelderse Vallei, en ook in het Binnenveld zijn deze oude irrigatiestelsels herontdekt, namelijk langs de dekzandruggen van de Kraats en Nergena.

Het Binnenveld in de 12de eeuw

In 1165 geeft keizer Frederik I opdracht om een kanaal te graven door Noda. Velen denken dat hiermee de Grift door de Nude in het Binnenveld wordt bedoeld, maar ik betwijfel dat. Volgens mij bedoelde hij de Neude in Utrecht

Het Binnenveld in de 13de eeuw

De 13de is een eeuw van een grote verandering: Wageningen krijgt in 1263 stadsrechten. De stad trekt mensen aan, bestuurders, handelaren – geen boeren. De inwoners hebben eten nodig, het ontginnen van het Binnenveld neemt een grotere vlucht.

De Dijkgraaf

De stad krijgt wallen en een gracht. In die gracht moet natuurlijk water, en dat is nog een hele puzzel, want Wageningen ligt hoog in het Binnenveld en of er een natuurlijke beek door heeft gestroomd is een onopgeloste puzzel. In elk geval was die niet genoeg om de gracht van water te voorzien: de Dijkgraaf werd gegraven die de beken vanuit de Edese stuwwal aftapte.

De polders van Wageningen en Bennekom

Wanneer precies is in nevelen gehuld, maar ergens na het begin van de stad Wageningen moeten ook de polders zijn aangelegd. Wageningen en Bennekom werken hierbij eendrachtig samen en ontginnen hun hele grondbezit in het Binnenveld tot polders.

Kastelen

Dwars door het Binnenveld loopt de grens tussen Utrecht en Gelderland – de grens is de Kromme Eem. Aan weerszijden liggen kastelen die de overkant goed in de gaten houden. Aan Utrechtse kant lag bijvoorbeeld kasteel Levendaal, aan Gelderse zijde kasteel Harselo en het kasteel in Wageningen.

Het Binnenveld in de 14de eeuw

Buurschappen ontginnen woeste gronden

Woeste gronden zoals bossen, heidevelden, zandverstuivingen, maar ook hoogveenkussens en moerassen, behoorden de Graaf van Gelre toe. Als buurschappen woeste gronden wilden ontginnen, moesten ze daarover toestemming vragen en novale tienden betalen. In 1336 sluit het hele rijtje buurschappen op de Gelderse helling van het Binnenveld, Lunteren, Doesburgerbuurt, Ede-Veldhuizen, Maanen, Bennekom en Wageningen contracten met graaf Reinoud II. In het stuk wordt voor deze gronden het woord palus (het stuk is in het latijn) gebruikt, moeras. In het Binnenveld dus.

De Meentdijk

In het noordwesten van het polderdistrict van Wageningen en Bennekom was nog een onontgonnen veengebied, de Bennekomse Meent. De grens met Maanen, het buurschap ten noorden van Bennekom, was nog nooit vastgesteld – dat was nog niet nodig geweest, ruimte genoeg immers. In 1390 wordt de grens wel vastgesteld en daar ligt nu de Meentdijk.

Het Binnenveld in de 15de eeuw

Ik zie dit als de gouden eeuw van de landinrichting in het Binnenveld: de polders werken, er worden regelingen opgesteld, er worden polderbesturen ingesteld.

Rood zijn de drie polderdistricten, paars de dijken, blauw de weteringen en zwart de schutten waar een wetering een dijk kruist. Het werkte als een tierelier en zo had het moeten blijven.

De Doesburgerpolder

In het noorden legt ook de Doesburgerbuurt een polder aan, de Doesburgerpolder.

Die ontwatert via de Gelderse Wetering op de Grift en dan naar de Rijn. In 1460 stelt Hertog Arnold een dijkbrief op over de Gelderse Wetering. Hij regelt hierin het openen en sluiten van de drie schutten die liggen tussen de Doesburgerpolder en de Kromme Eem: de Gelderse Wetering loopt immers ook door Ede-Veldhuizen en door Maanen. Op elke grens lag een schut. Het is een uiterst boeiend verhaal.

De Bisschop Davidsgrift

In 1473 geeft Bisschop David uit Utrecht opdracht om in het zuiden van het Binnenveld een grift te graven. De grift had als doel om het hoogveen rond Veenendaal beter te ontsluiten – hoewel ik dat onlogisch vind, want dan had hij, Utrechtenaar, wellicht beter een grift naar Amersfoort kunnen graven. Vanuit de Rijn kom je niet in Utrecht. Ik kan het originele stuk niet vinden, dus dit blijft een open eindje. Maar ik heb wel een stuk uit 1474 gevonden over deze grift.

Deze grift werd op Utrechtse grond gelegd, dus ten westen van de Kromme Eem. De Kromme Eem bleef de provinciegrens en Utrechtse boeren hebben nog eeuwenlang aan de andere kant van de Bisschop Davidsgrift enkele meters land gehad tot die in de 20ste eeuw werden weggeruild.

De grift werkt niet zoals gehoopt en vervalt al snel.

Het Binnenveld in de 16de eeuw

In de 16de eeuw begint de start van de grootschalige vervening rond Veenendaal.

Bisschop Davidsgrift en Schoonebeeksegrift

Om de turf af te voeren worden twee griften gemaakt: naar de Rijn toe wordt in 1545 de Bisschop Davidsgrift hersteld. Naar Amersfoort toe krijgt de Antwerpse handelaar Schoonebeek het recht om een eigen grift te maken, de Schoonebeeksegrift. Het gebruik van de Bisschop Davidsgrift, in handen van een consortium van veengenoten, wordt in 1554 strikt gereguleerd. Bij de Schoonebeeksegrift was dat natuurlijk niet nodig: Gilbert van Schoonebeek had het alleenrecht op het gebruik van de grift.

Later kocht Van Schoonbeecke meer veen op en breidde zijn grift uit. De twee stroomgebieden werden met elkaar verknoopt, de waterscheiding tussen de Eem en de Kromme Eem werd weggegraven en de waterproblemen in het Binnenveld begonnen.

De Bennekomse Meent

Een andere issue speelt bij de Bennekomse Meent. Dit is een mooi verhaal waarin de stadse hoogopgeleide Wageningers, juristen die bekend zijn met procedures en weten hoe je een zaak wint, proberen om de Bennekomse boeren onder de mat te vegen tijdens een proces over de Bennekomse Meent. Het lukt ze niet.

De eerste kaarten van het Binnenveld

In 1550 wordt de eerste overzichtskaart van het Binnenveld gemaakt. De kaart laat zien hoe men zich het vervenen voorstelt.

Bernard Kempinck, landmeter in Gelderland, maakt rond 1600 enkele gedetailleerde kaarten van de Bisschop Davidsgrift bij Veenendaal.

Het Binnenveld in de 17de eeuw

Het verhaal van het Binnenveld bereikt in de 17de eeuw zijn dieptepunt. Utrecht en Gelderland vochten eindeloze ruzies uit over het waterprobleem.

In de 16de eeuw nog stroomde het water van de Grift en Kromme Eem naar de Rijn, maar in de 17de eeuw was dat voorbij, en stroomde het water nergens heen, maar als het stroomde dan naar het noorden naar Amersfoort. Veenendaal had inmiddels het veen afgegraven, daarvoor steeds verder de waterstand verlaagd tot onder het af te graven veen, wat inklinking tot de bodem tot gevolg had. De twee stroomgebieden had het aan elkaar geknoopt. Veenendaal, eerst een veenkussen dat prachtig fungeerde als waterscheiding, was een zompig moeras geworden. Water stroomde er wel heen, maar niet weg. En al zeker niet meer naar de Rijn. Als het al stroomde, dan naar het noorden naar het laag gelegen Amersfoort.

De Geldersen wilden het water wegleiden over de Schoonbeeksegrift naar de Eem in het noorden, maar de Utrechters wilden het niet hebben. Ik, Wageninger, vind dat de Geldersen gelijk hadden. De Veenendalers waren rijk geworden van de verkoop van het veen, de Stichtsen hadden nergens last van maar de Wageningers, Bennekommers, Maaners, Edenaren, Veldhuizers en Doesburgers zaten met natte gronden. Nu wilden de Stichtsen dat de Grebbedijk werd verbeterd, want oh oh, als de Rijn zou overstromen zouden zij ook natte voeten krijgen. Daar hadden de Geldersen geen zin in, want die Grebbedijk, 5 km lang, ligt voor 80% in Gelderland en dat moest de versterking van die dijk ‘dus’ betalen, terwijl de Geldersen geen last hadden van een overstroming eens in de zoveel jaar, die ook vruchtbaar slib op hun land bracht. Ze hadden elke dag last van kwelwater, regenwater, beken die ophielden in het midden van het Binnenveld. Die ruzie werd niet opgelost. Polderen was in de politiek nog niet uitgevonden. Dus werd er in de 17de eeuw heel veel geruzied, en uiteindelijk werd in 1714 een oplossing gevonden, 100 jaar na het begin van de problemen.

Kaarten

Waar conflicten zijn en processen gevoerd worden, worden kaarten gemaakt.

Aan Gelderse zijde was Nicolaes van Geelkercken inmiddels de landmeter en die heeft enkele schitterende gedetailleerde overzichtskaarten van het Binnenveld gemaakt waarop de waterproblemen nauwkeurig zijn weergegeven. Hij keek door een Gelderse bril.

Nicolaes begon in 1628 aan zijn eerste kaart, liet hem 23 jaar liggen, en maakte hem toen af. Want die ruzie mondde uit in eindeloze geschillen, en hij kon met zijn tijd en geld beter wat anders gaan doen tot de Hoge Heren eruit waren. Dat duurde tot rond 1651; toen was dan toch zijn kaart weer nodig en heeft hij hem afgemaakt.

Volg deze link naar de kaart bij het Gelders Archief waar je kunt inzoomen op de details. De kaart is ongeveer anderhalve meter lang.

Nicolaes draagt in zijn kaart allemaal goede ideeën aan. De kaart is helaas beschadigd waardoor sommige tekst onleesbaar is, en dat is jammer want dat is commentaar van Nicolaes op het waterprobleem. Er staat bijvoorbeeld in t Leeg Slagh: Ao. 1628 hadde [t waeter ofkwaede ?] … … naar de Haarsluijs. Wat zou daar staan? Dat boze lieden de Eemdijk hadden doorgestoken om het water af te laten lopen naar de Haarsluis? Of dat het water niet naar de Haarsluis weg kon lopen? In elk geval tekent Nicolaes heel wat onbedoelde waterstromen die eigengereid zonder zich iets van de stegen langs de polders aan te trekken de Eemdijk oversteken.

Gelukkig is veel wel leesbaar. In de Bennekomse Meent schrijft hij Wageningse en Bennekomse gemeent oft veen. Dat gebied was dus in gezamenlijk beheer tussen Wageningen en Bennekom, en dat klopt want dat was de uitkomst van een ruzie waarover de Bennekommers en Wageningers in 1550 ruzie maakten, wat een prachtig verhaal is maar dat heb ik al verteld.

Onderaan, langs de wetering van Doesburg die uitloopt achter de Eemwal (die de polders beschermt) naar de Grijft schrijft Nicolaes: het water moet allemaal bij de Grebsluijs uijt komen. Dat was vroeger ook zo, maar hij schrijft het niet voor niets: blijkbaar was het niet meer zo in 1628.

Hij noemt ook de Gilbert van Schonebeeckgrijft. Nicolaes lijkt het een goed idee als de Schoonebeekse Grift wordt heropend en dat is na zijn dood ook gebeurd. Hij stelt voor een kanaal te graven om Veenendaal heen, zie de stippellijntjes, en 250 jaar later is dat Omleidingskanaal volgens zijn tracé gegraven. Kortom, Nicolaes van Geelkercken zat vol goede ideeën om het waterprobleem op te lossen. Maar die ideeën werden in zijn tijd niet uitgevoerd.

Helaas voor hem werd enkele jaren door Utrecht de Slaperdijk gelegd tussen de Utrechtse Heuvelrug en Renswoude, en moest hij opnieuw beginnen. Dat is een klein maar superfijn kaartje geworden.

De Slaperdijk

Na de zoveelste overstroming van Amersfoort door een doorbraak van de Grebbedijk in 1651 besluiten de Utrechters dat het welletjes is met het getreuzel van de Geldersen om iets aan de Grebbedijk te doen, en leggen een kunstmatige waterscheiding rond het Binnenveld. Deze Slaperdijk loopt van de Utrechtse Heuvelrug naar de Emminkhuizerberg, en van de andere kant van die berg naar de Gelderse hogere gronden bij Renswoude. Voor de Geldersen was dit een ramp: door de dijk heen zat geen enkele duiker, dus al het water bleef erachter staan.

Denk niet dat ik steeds hetzelfde kaartje toevoeg, nee, er komen steeds meer weteringen en dijken bij. Hier is de Slaperdijk inmiddels gelegd. Zie linksboven in de hoek. De Slaperdijk is nu mooi om overheen te fietsen.

Problemen bij de Doesburgerbuurt

Ook de Doesburgerpolder kreeg met waterproblemen te maken, want de Gelderse Wetering deed het niet meer. Nicolaes van Geelkercken maakt ook hiervan een kaart waarin hij aangeeft wat er moet gebeuren om de waterproblemen op te lossen. Bovendien maken Doesburgh en Lunteren afspraken over de te nemen maatregelen. Lunteren watert niet af op het Binnenveld maar op de eigen Luntersebeek die naar Amersfoort stroomt. Omdat de Gelderse Wetering niet meer werkte, doet Doesburgh niet mee met herstelwerkzaamheden bij de plek waar die wetering in de Bisschop Davidsgrift uitmondt. Ze graven zelf in 1671 een nieuwe sloot naar Veenendaal.

De Nudepolders in het zuiden

Bij de zuidelijke polders in de Nude was er niets aan de hand: weliswaar sloegen die niet meer uit op de Rijn maar voegden ze nog wat ellende toe aan de waterproblemen rond Veenendaal, maar de polders functioneerden als vanouds. In 1691 werd de Zijdvang, de grenswetering van de Nudepolders, nog eens stevig gerenoveerd. De Zijdvang ligt er nog net zo en je kunt prima de Zijdvang per fiets ontdekken (lopen is wat saai, en bovendien moet je aan het eind weer terug).

Het Binnenveld in de 18de eeuw

In 1714 komen de Utrechters en Geldersen er dan eindelijk uit tijdens een conventie: de Conventie over het toemaecken ende verswaaren van den dijck tussen Wageningen ende de Grebbe ende het maacken van een waterloosing door den Slaperdijck. Er werden afspraken gemaakt over de waterlossing door de Slaperdijk door heulen op het laagste punt bij de Rode Haan bij Veenendaal, en er werden afspraken gemaakt over het onderhoud van de Rijndijk.

Nu de waterproblemen waren opgelost, halen de Wageningers, Bennekommers en Maaners opgelucht adem. Ze kunnen weer gerust landbouwen op hun akkers. In 1753 maakt Frederik Beijerinck een unieke polderatlas met gedetailleerd de percelen en van elk perceel het landgebruik en de eigenaar. Hiervan hebben wij een overzichtskaart gemaakt.

Het Binnenveld in de 19de eeuw

In 1855 breekt de Grebbedijk nog een keer door. Veenendaal staat meters onder water, mensen die alles zijn kwijtgeraakt bivakkeren een half jaar in een kerk in Utrecht. Na deze overstroming wordt de Grebbedijk verkort en sindsdien ligt hij op de huidige plek. Een deel van de Nudepolders ligt nu buitendijks.

Het Binnenveld in de 20ste eeuw

In de 20ste eeuw werd het Binnenveld voller en kleiner. Voller klinkt logisch: Veenendaal en Ede groeien uit tot grote plaatsen die elkaar bijna raken. Maar ook kleiner. Voor ons gevoel hoort Ederveen en de Doesburgerbuurt echt niet meer bij het Binnenveld. We beschouwen nu de A12 als noordgrens.

Het Valleikanaal

In 1948 werd het Valleikanaal gelegd door de oude loop van de Bisschop Davidsgrift, het Omleidingskanaal rond – inmiddels door – Veenendaal, een stuk van de Schoonbeeksegrift aan elkaar te knopen. Verder naar het noorden maakt dit kanaal gebruik van de Luntersebeek, maar dan zijn we ver buiten ons gebied aangekomen.

Einde van de polderdistricten

In 1948 vond er een herindeling van waterschappen en dijkstoelen plaats. Tegenwoordig hoort het hele Binnenveld inclusief de Grebbedijk bij Waterschap Vallei en Veluwe.

Verkwanseling van oude structuren

De oude structuren werden steeds minder zichtbaar. Nou is dit op zich niet nieuw: het Binnenveld is telkens weer aangepast aan de behoeften van zijn gebruikers, en dat zal ook zo blijven. Maar jammer is het wel dat daarmee de structuur van de 700 jaar oude polders uit zicht en uit onze gedachten is geraakt.

De Doesburgerpolder ligt er nog net zo, maar de Gelderse Wetering is grotendeels onzichtbaar. Op de plek van de drie schutten in de Wetering ligt niet eens een duiker. De polders van Wageningen en Bennekom liggen er nog net zo, alleen lossen de Dijkgraaf en de gracht van Wageningen niet meer op de Rijn maar via kunstgrepen op het Nieuwe Kanaal.

Het Binnenveld nu

Het Binnenveld is nu een open gebied en een oase van rust tussen de drukte van Veenendaal, Rhenen, Ede en Wageningen. We herwaarderen de geschiedenis en geven meer ruimte aan natuur.

Grebbedijk

Omdat een eventuele doorbraak van de Grebbedijk gevolgen heeft voor honderdduizenden mensen, heeft versterking en verhoging van de Grebbedijk hoge prioriteit. Vroeger zou zo’n dijk dan eenvoudigweg aangepakt worden door Rijkswaterstaat waarbij andere belangen moeten wijken voor de veiligheid. Nu gaat het anders: binnen de mogelijkheden van de veiligheid worden belangen van natuur, biodiversiteit en recreatie meegenomen.

Rode Haan

De eeuwenoude sluizen van de Rode Haan zijn vervangen door een balgstuw, de eerste in de Gelderse Vallei. Zo’n stuw is perfect voor vissen en waterrecreatie. Kanoërs hoeven niet meer met de kano het water uit. Daarnaast is er een vistrap en is de oude sluis opgeknapt omdat hij cultuurhistorisch waardevol is.

Binnenveldse Hooilanden

In het Binnenveld is een prachtig nieuw natuurgebied gemaakt met De Binnenveldse Hooilanden. Jammer is wel dat de eeuwenoude lopen van de Hoekelumsebeek en Nergenasebeek zijn verlegd, maar dat zal niet anders gekund hebben.

Groene Grens

In het grensgebied tussen Veenendaal en Ede richt men een nieuw natuurgebied in, De Groene Grens. Deelgebieden ervan zijn inmiddels klaar. Uiteindelijk, als ook de derde fase klaar is, moet er een lint van natuurgebieden liggen van de A12 tot aan de Blauwe Kamer dat onderdeel is van de landelijke Ecologische Hoofdstructuur en het Gelders Natuurnetwerk.

Wandelen

Ondanks deze mooie initiatieven, is het Binnenveld geen geweldig wandelgebied. Wel zijn er enkele klompenpaden uitgezet over helaas veel asfalt, dat kan niet anders, zoals het Harsloerpad en het Breukerengpad.

Ik loop graag van bushalte naar bushalte (of van station naar station). Dit zijn twee routes van mij:

Lopen van Ede naar Veenendaal: hierbij steek je het glaciale bekken over van stuwwal naar stuwwal.

Lopen tussen verdwenen dorpen Hoekelum en Grebbe: deze route steekt het Binnenveld diagonaal over van het noordoosten naar zuidwesten.

Liever een boek? Dan is mijn boek Water in het Binnenveld vast iets voor jou. Het boek is te koop als paperback en als eboek.

Alle afbeeldingen

  • Polderkaart Binnenveld
  • Kaart uit 1550 van het Binnenveld
  • Polderkaart 1753 in het Binnenveld
  • Het waterbeheer in het Binnenveld voordat de vervenng begon.
  • Polderkaart van het Binnenveld
  • Het waterbeheer in het Binnenveld bij het begin van de vervening.
  • Het waterbeheer in het Binnenveld in de 16de eeuw.
  • Tekening van het Binnenveld
  • Tekening van het Binnenveld
  • kaart Binnenveld
  • Stuw bij de Rode Haan
  • Waterbeheer in het Binnenveld na 1714

Geef een reactie